donderdag 13 december 2012

Wachten op het licht

Ik zie een ster. Dat is mooi, maar wat heb je er aan. Veel licht geeft een ster niet. Een mens heeft meer aan zonlicht. Een inbreker trouwens meer aan het licht van volle maan. Maar een ster. Het verlicht de duisternis niet. Wat kan een mens trouwens verlangen naar het verdwijnen van de duisternis.
Soms heel letterlijk. Wanneer er 's nachts lichamelijke klachten ontstaan, zoals pijn op de borst of in de maag, dan verlangen we naar het aanbreken van de dag. Precies, zoals, in Psalm 130 vermeld, de wachters die op de muren staan, dit doen. In het donker van de nacht is alles namelijk zo anders en voelt alles zo anders aan.
Anders was het ook voor de wijzen uit het Oosten. Te midden van de donkere nacht zien zij een ster. Een ster die ze niet eerder gezien hebben. Een ster waaraan zij de betekenis geven, dat er een koningskind geboren moet zijn. Het is in hun ogen zo bijzonder, dat zij niet blijven waar ze zijn, maar op pad gaan. Zij willen meer weten van de verkondiging, die volgens hen, uitgaat van de ster. Ze gaan op reis en volgen de ster.
Het is voor ons een vreemde constatering. Zon, maan en sterren vertellen ons over de tijden en seizoenen en ze kunnen gebruikt worden om te navigeren. Maar hoe kan een ster verkondigen, dat er een koningskind geboren is. Het is vreemd. Toch gebruikt de Heere deze “wetenschap” om wijze mensen uit het Oosten op reis te laten gaan. Zij gaan op pad, de ster achterna, op zoek naar de pasgeboren Koning der Joden.

Wat leven wij trouwens in een geheel andere tijd. Soms lijkt het alsof zon en maan er geheel niet toe doen. Wij hebben onze verlichting, zodat we 's avond en 's nachts kunnen verder gaan met wat we overdag begonnen zijn. In de industrie is dit het geval en in steden blijkt dit ook zo te gaan. Niet voor niets heeft Frank Sinatra gezongen van de stad New York, dat het een stad is that never sleeps. (Die nooit slaapt.)
Wij leven in een 24-uurs economie. Alles draait constant door en dat 7 dagen per week. De kans is dan ook heel groot, dat wij nooit een ster hadden gezien. Aan de ene kant niet, omdat we het hier nooit echt donker is en aan de andere kant, omdat we altijd bezig zijn en van geen ophouden weten. Een ster zal ons niet brengen bij een koningskind.
Een enkele keer vraag ik me af of in deze tijd het verkondigde Woord een mens kan brengen bij het Koningskind. Naast, dat het nooit echt donker is, is het ook haast nooit echt stil. We worden steeds maar weer omringd door geluid. Het zou zo maar kunnen, dat al dat geluid ons belemmert om te horen over het Koningskind. Aan de andere kant zien we bij Herodus, dat ook hij niet wilde horen, terwijl het Woord duidelijk in zijn oren klonk. Zowel van de wijzen uit het Oosten als van de geleerden vanuit de Thora.

Maar terwijl velen de kerstster niet zien en het Woord van God niet kunnen of willen horen, is er in de samenleving wel een sterke gedachte, dat er 'iets' moet zijn. Een hogere macht. Zo hebben vele mensen die niets met het christelijk geloof hebben wel een besef van een hiernamaals. Velen praten over gestorven geliefden, dat ze een bepaalde gebeurtenis van 'boven' mee zullen maken. Velen dachten trouwens, dat 12-12-12 een bijzondere dag zou worden. Anderen gaan er vanuit, dat 21-12-2012 de laatste dag zal worden.
Bij mensen is er zo wel een besef van een hogere en goddelijk macht, maar velen willen niet geloven in die ene almachtige God, die zich geopenbaard heeft in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit is spijtig. Want hoe belangrijk is het niet, dat wij net als de wijzen uit het Oosten bij het Christuskind aankomen. Uiteindelijk is Hij de enige Redder van de wereld.
Wanneer de kerstster en het Woord van God de mensen niet bij Jezus brengen, hoe dan wel? Dit is de vraag die de kerk zich vandaag moet stellen. Hoe komen mensen in aanraking met het Kind van Bethlehem, zodat zij in Hem geloven en eeuwig leven vinden in Gods Koninkrijk. In de oude berijming van Psalm 130 worden ons in de laatste coupletten twee zaken aangereikt. Als eerste worden zij genoemd die op de Heere wachten en als tweede worden de gebeden genoemd, die tot de Heere opgezonden worden.

Te midden van een wereld, die kerst viert zonder het Christuskind, zijn er mensen, die in God geloven en uitzien naar Zijn komst. Die wachten op het Licht. Dan kan het in de wereld tekeer gaan. Dan kan het zijn, dat het Licht der wereld en het Woord van God niet gezien en gehoord kunnen worden door alles wat er in de maatschappij gebeurt. Maar wat is het goed en zegenrijk, dat er een gemeente van Christus is, die getuigt van de komst van Christus. Een gemeente, die een leesbare brief zal moeten zijn om zo aan de wereld de komst van Christus te verkondigen.
Blijft de gemeente van Christus ongestoord de Heere verwachten en hopen op Zijn onfeilbaar Woord? Eigenlijk is dat wat van de christelijke gemeente gevraagd wordt, nu dit jaar opnieuw kerst gevierd mag worden. Volharden in het geloof, dat God mens geworden is. Vasthouden aan Gods beloften. Dit betekent, dat we blijven wachten op het Licht. Wachten op de wederkomst van Jezus.
Tegelijk wordt er verwacht, dat er gebeden wordt. Vers 4 van de berijming van psalm 130 zegt: Hij maakt op hun gebeden gans Israël eens vrij. Evenals Israël zal de gemeente van Christus moeten volharden in het gebed. Bidden of de Heere Israël wil zetten in de vrijheid van het geloof en of Hij dit wil doen met heel de wereld. Het is het gebed of de Heere met Zijn Geest wil werken in de harten van mensen die het Woord van God niet horen en het Licht der wereld niet zien, opdat zij vinden. Door Gods ingrijpen vonden de wijzen uit het Oosten het Kind Jezus en vond Herodus Hem niet. Hebben wij Hem al gevonden? De berijming van Psalm 130 eindigt met de woorden: 'Zo doe Hij ook aan mij'. Laat ons gebed ook zijn, dat wij zelf door de Heere bij het Kind van Bethlehem gebracht worden.

maandag 26 november 2012

ADVENTeren


Via de browser is het mogelijk om bij het surfen op het Internet ergerlijke reclames ongezien te laten. Zo behoren bij Mozilla Firefox met gebruikmaking van de Add-on Adblock reclames tot het verleden. Zo is er geen ergernis wanneer Facebook bijgewerkt wordt of online de krant gelezen wordt.
Tegelijk maakt het ook duidelijk, dat bedrijven en organisaties nog steeds heil zien in het maken van reclame. Misschien in deze tijden van crisis wel meer dan anders. Het product of de dienst moet aan de man gebracht worden. Omdat in de huidige samenleving mensen veel tijd doorbrengen op het Internet is het niet meer dan logisch, dat er veel geadverteerd wordt via dit medium.

De kerk is daar niet van. In plaatselijke blaadjes wordt wel eens iets geschreven over een jeugddienst, een evangelisatiedienst en een enkele andere bijzondere activiteit. Maar daar blijft het meestal wel bij. Zo is de kerk in vele gevallen zichtbaar vanwege de kerktoren, maar is ze daarnaast voor veel mensen onzichtbaar. Een groot deel van ons land heeft geen idee wat er in de kerk gebeurt. Niet tijdens een gewone zondagse kerkdienst en al helemaal niet wanneer de sacramenten bediend worden. (Sacramenten zijn trouwens heilige handelingen, waarbij in de protestantse kerken gedacht moet worden aan de doop en het avondmaal.) Verder weet een groot deel van onze samenleving niet waar de kerkelijke feesten voor staan. Met Kerst komen ze het dichtst in de beurt, maar Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren zijn grote onbekenden. Hetzelfde kan gezegd worden van Advent.

Advent is de periode voor Kerst. Vier weken waarin christenen zich voorbereiden op en stilstaan bij de komst van Gods eniggeboren Zoon naar deze aarde nu zo'n 2000 jaar geleden. Het is een gebeurtenis die zijn vergelijk niet kent, want God zelf wordt aan de mens gelijk. Dit alles met als hoogste doel om de mens vrij te kopen uit de macht van de duivel. In zijn macht was de mens gevallen door gehoor te geven aan zijn woorden en te eten van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad.

Wanneer Kerst zo bijzonder en belangrijk is, dan is het goed om de medemens hierop te attenderen. Zou het dan niet passend zijn om met advent te adverteren? Reclame maken voor deze unieke gebeurtenis in de geschiedenis van de wereld? Misschien wilt u niet met het geloof te koop lopen, maar met het Evangelie van Jezus Christus hebben we wel goud in handen. Daarbij is het Evangelie iets, dat we niet voor onszelf moeten houden. Het is zelfs onze opdracht om te getuigen van de liefde van God voor deze wereld. Zou het dan niet goed zijn, wanneer we advent eren door ermee te adverteren? Aan allen, die het willen horen, verkondigen dat Gods Zoon komende is in de wereld. Niet om te oordelen, maar om te behouden en om verloren zondaars thuis te brengen bij Zijn Vader.

Het zou goed zijn, wanneer we zouden ADVENTeren. Dit hoeft niet direct in het plaatselijke krant, maar het zou wel op Facebook kunnen. Laat in uw tijdlijn zien, dat u zich op de komst van Jezus voorbereid en dat u er naar uitziet. Zo mogen en kunnen we in deze tijd getuigen zijn van de liefde van God en het Evangelie van Jezus Christus aan de man brengen.

donderdag 15 november 2012

Het Koninkrijk van God

Vlak voordat de Heere Jezus terugkeerde naar de hemel, stelden de discipelen Hem een vraag. “Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk herstellen?” Het was een heel vanzelfsprekende vraag. Zo hadden zij al van jongs af aan gehoord, dat eens de Messias komen zou en dat Deze het Koninkrijk van David weer zou oprichten. Door Hem zou het weer worden als in de dagen van Salomo. Deze verwachting hadden zij met de Heere Jezus ook gehad. Niet wetend, dat het eerst anders zou gaan. Zij kenden de lijdende Messias niet. Ze hebben Hem leren kennen. Jezus Christus, en Die gekruisigd. En meer. Zij hennen de opgestane Zaligmaker mogen ontmoeten en veertig dagen met Hem mogen optrekken, terwijl ze spraken over het Koninkrijk van God.
Dan is de vraag naar het herstellen van het Koninkrijk van Israël ook een voor de hand liggende vraag. Het zal nu toch wel zijn. Ze hadden dan geen weet gehad van de lijdensweg, die de Messias eerst heeft moeten afleggen, maar dat is gebeurd. Nu is het toch de tijd voor de Koninklijke Messias? Daarbij stonden de voeten van de Messias op de Olijfberg. Had de profeet Zacharia dit niet voorzegd? “Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg.” Was het dan eerder niet, nu zal het wel zover zijn. Een nieuwe tijd zal aanbreken over Israël.
Toch krijgen de discipelen niet het antwoord, dat zij gehoopt hadden. “Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” Vervolgens krijgen ze te horen over de kracht van de Heilige Geest die over hen zal komen en over getuigen zijn. Nadat Jezus hierover gesproken heeft, wordt Hij aan hun ogen ontrokken. Het is een begin van een andere fase, die zij opnieuw niet verwacht hadden. Over heel het rond der wereld moet eerst het Evangelie verkondigd worden en dan zal Hij terugkomen, zoals zij Hem ten hemel hebben zien varen.

Zal dit binnenkort zijn? Is de tijd aanstaande, dat de voeten van de Heere Jezus opnieuw op de Olijfberg zullen staan? Is het de tijd voor Israël, dat het Koninkrijk hersteld wordt? Wat kunnen wij er soms naar verlangen. Er is zoveel strijd in de wereld en natuurrampen volgen elkaar op. Zou het in onze dagen zijn, dat de Heere Jezus terugkomt?
Goedbeschouwd krijgen wij hetzelfde antwoord als dat de discipelen kregen. “Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” Geen mens op aarde weet de dag of de tijd. Het is ook door geen mens te berekenen. Het is zeker niet af te leiden uit de Maya-kalender en op D.V. 21 december 2012 mogen we ons gerust voorbereiden op de viering van Kerst. De komst van de Zoon van God naar deze aarde.
Tegelijk zal de Heere Jezus eens terugkomen. Aan de tekenen van de tijden kunnen en mogen we zaken afleiden. Zo zullen er aardbevingen en hongersnoden, oorlogen en geruchten over oorlogen zijn.
Maar de Heere Jezus heeft erbij gezegd, dat dit nog maar het begin van de weeën is en het einde niet is.
Israël is ook zo'n teken. De Bijbel beschrijft dat in het eind der tijden alle heidenvolken zich zullen verzamelen om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal ingenomen worden. Het is iets, dat zomaar in onze dagen kan plaats vinden. De politieke strijd om Jeruzalem kan eenvoudigweg veranderen in een militaire strijd.
De Heere Jezus heeft ons ook zelf een teken van de eindtijd gegeven. “Het Evangelie moet eerst gepredikt worden aan alle volken.” Zo ver zijn we nog niet met het zendingswerk. 196 miljoen mensen hebben nog niet één gedeelte in hun eigen taal. Al de volken zijn dus nog niet onderwezen in het Evangelie. Alle reden om het zendingswerk te ondersteunen of zelf ter hand te nemen. Het zegt ons ook, dat het einde nog niet gekomen.
Dat het komt, staat vast. Wanneer het komt, is aan de Vader. Tot die tijd mogen wij door Gods genade het evangelie verkondigen. We mogen geweldige zaken verkondigen. Dat de Heere God mens geworden is in de persoon van de Heere Jezus. Dat Hij Zijn leven gegeven heeft als een losprijs voor velen door te sterven aan het kruis van Golgotha. Dat Hij ten derde dage opgestaan is van de doden. Dat Hij opgevaren is naar de Hemel. Dat Hij eens terug zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Dat Hij het Koninkrijk van God op aarde zal vestigen. Wanneer we door woord en daad dit Evangelie verkondigen, dan mogen we tegelijk bidden: “Uw Koninkrijk kome”.

maandag 5 november 2012

Korte samenvatting van workshop 'Iedereen CEO' op Kerk2012

Het gebruik van sociale media is enorm. Wat doet dit met de kerk? In managementboeken staat, dat organisaties hierom moeten veranderen, want er is een andere samenleving aan het ontstaan. De verandering die zij voorstellen, heeft te maken met de structuur van de organisatie.
De kerk is een organisatie die al eeuwen meegaat. De kernvraag is of door de veranderde maatschappij de structuur van de eeuwenoude kerk moet veranderen? We willen onze blik hierop richten. Wat is de structuur, die de sociale media ons voorhouden en komt deze misschien overeen met de bevindingen, die we vanuit de Bijbel kunnen ontdekken over de structuur van de gemeente.

Invloed sociale media op samenleving en kerk
Door de opkomst van de sociale media is in de maatschappij een verandering waarneembaar. Sociale contact worden anders. Tegelijk worden vele persoonlijke zaken met meer 'vrienden' gedeeld via sociale netwerksites. Ook het contact tussen mensen en organisaties is veranderd en verder ook binnen bedrijven. Want door de sociale media wordt het contact tussen collega's anders. Deze verandering werkt door in de organisatie. Wie hierop wil inspelen, zal moeten werken aan een andere structuur binnen de organisatie. Een netwerkstructuur.
Wat dit betekent voor de kerk. Wanneer we zien, dat organisaties beïnvloed worden door de sociale media, kan de kerk dan de organisatiestructuur van de afgelopen eeuwen behouden of moet er een verandering plaats vinden? Welke invloed heeft de sociale media op de kerk?

Structuurswijziging organisaties
In managementboeken wordt geopteerd om organisaties zo te organiseren, dat optimaal gebruik gemaakt wordt van de kracht van de netwerken, die mede door de sociale media in een flow gekomen zijn. De kernactiviteit moet zijn om mensen aan zich te verbinden om samen te werken. De consument participeert zo in de organisatie en helpt mee aan de ontwikkeling van een product.
Dit wijst er op, dat de hiërarchie op de schop moet. Dit wordt versterkt doordat de nieuwe generatie wars is van hiërarchische verhoudingen. Volgens Menno Lanting moeten organisaties transformeren van een hiërarchische, formele organisatie naar een democratische en informele organisatie: van een piramide naar een platte pannenkoek. Daarbij moet een organisatie transparant zijn. Als de CEO niet meer in de ivoren toren zit, zullen de werkzaamheden en de besluiten van de CEO zichtbaar moeten zijn en zullen werknemers en consumenten hierop moeten kunnen reageren. Dit maakt, dat leiding geven in de nieuwe organisatie zal veranderen. Lanting noemt dit netwerkleiderschap. Kenmerken hiervan zijn visieschetsen en dienen. Leiderschap is anderen vragen hoe zij mee (gaan) werken aan het realiseren van de organisatiedoelen, en daarna hen daarbij eventueel te begeleiden. Vanzelfsprekend zal een leider bereikbaar moeten zijn. Mede door de sociale media.

Bijbelse lijn
Er is de Bijbelse lijn, dat er in iedere gemeente oudsten aangesteld worden. Zij hebben deze functie van Godwege gekregen om de gemeente te leiden. Hierdoor hebben zij een bijzondere plaats in de gemeente. Zij zijn in geestelijke zin de leiders. De CEO's.

De doorwerking in de kerk
Hiërarchie is geen kenmerk van de nieuwe generatie en van sociale media. Tegelijk zijn er de Bijbelse gegevens van oudsten. Wanneer we deze lijn willen vasthouden, dan zullen we vanuit deze situatie moeten bekijken wat dit betekent voor de structuur. Als eerste zullen de oudsten moeten functioneren als een team. Verder zal de gemeente inbreng moeten kunnen hebben. Als derde zal duidelijk moeten zijn, dat het kerkenwerk van de één niet boven dat van een ander staat. Het is allemaal noodzakelijk.
De structuur, waar bij de gemeente daadwerkelijk betrokken wordt bij de besluitvorming, schreeuwt om transparantie. Communicatie is dus een wezenlijke taak. Transparantie wordt ook bereikt, wanneer via sociale netwerksites de bezigheden zichtbaar gemaakt worden. Voor een leider betekent dit dienen en visie kunnen schetsen. Het zijn kenmerken, die horen bij het christelijke geloof. Daarmee mogen zij niet ontbreken in de christelijke gemeente. Vanzelfsprekend zullen de leidinggevenden bereikbaar moeten zijn voor de gemeenteleden. Direct contact en via allerlei andere vormen, waarbij een antwoord niet lang op zich mag laten wachten.

zaterdag 27 oktober 2012

Internetkerk

Het opiniestuk zoals het 5-11-2012 geplaatst is in het RD.

Internetkerk goed middel voor evangelisatie

Een internetkerk, zoals de PKN die wil opzetten, kan een goede functie hebben om  mensen te bereiken die anders nooit in de kerk zouden komen, betoogt ds. J. Holtslag.

Zaterdag 27-10 las ik eerst via de website van deze krant het hoofdredactioneel commentaar over de Internetkerk die de Protestantse Kerk in Nederland wil starten. Het oordeel van de commentator over de Internetkerk is overwegend negatief. Een christen hoort op zondag naar de kerk te gaan en niet makkelijk thuis op de bank te zitten luisteren.”Gemeente zijn is essentieel deel van geloofsbeleving”, staat er als kop boven het commentaar. En op zichzelf is dat natuurlijk helemaal waar. 
Dezelfde dag las ik in de papieren krant over de ontkerkelijking in Zeeland. In het licht van de cijfers over Zeeland, begrijp ik niet waarom het commentaar over de Internetkerk zo negatief is getoonzet. De in de krant vermelde kerkelijke statistieken over Zeeland betreffen de afgelopen veertig jaar. Jaren waarin kerkdeuren open stonden en mensen binnen konden gaan om het Woord te horen verkondigen. Echter, het tij werd niet gekeerd en de secularisatiegolf ging verder.
Het is mijn wens, dat ook de komende jaren in Zeeland en in de andere delen van ons land de kerkdeuren open staan en dat mensen die daardoor de kerk binnengaan het Woord Gods horen verkondigen en tot berouw en geloof mogen komen. Maar het is niet reëel dat dit op grote schaal zal gebeuren. Wie naar de trend kijkt, die zal moeten concluderen, dat de groep onkerkelijken alleen maar verder zal stijgen. Alleen door een ingrijpen van God kan dit plaatsvinden.
Nu weten we uit de Bijbel, dat de Heere God mensen daar opzoekt, waar ze zijn. Zo gaf de Heere Jezus telkens onderwijs in de synagogen. Paulus volgde hem hierin na en in Athena verkondigde Hij op de Areopagus het Evangelie. Zouden wij dan de mensen ook niet opzoeken waar ze zijn? Waar ze zijn? Op Internet. Op de social media, zoals Twitter en Facebook. Is het dan niet een goede gedachte om via dit medium het Evangelie te verkondigen?
Islamitische landen
Wanneer we spreken over zending in islamitische landen, dan beseffen we dat een kerk bouwen in Saudi Arabië geen mogelijkheid is. Zending moet daar gebeuren via de radio of internet. Waarom zouden we dit laatstgenoemde medium dan niet in eigen land gebruiken voor hen die niet naar een kerk gaan? Zou dit niet een instrument kunnen zijn, dat ons gegeven is om het Evangelie te verkondigen?
Natuurlijk hoop ik en bid ik, dat mensen de weg naar de kerk voor het eerst of opnieuw mogen vinden. Wanneer een internetkerk hieraan kan bijdragen, dan is dat grandioos. Ik zeg dus nadrukkelijk, dat de Internetkerk gericht moet zijn op kerkgang. Niet omdat de Heere alleen daar aanbeden kan worden, want ware aanbidders zullen de Vader aanbidden in geest en waarheid. Maar wel omdat daar de sacramenten bediend worden en in de kerk het lichaam van Christus samenkomt.
Ons gebed zal dus moeten zijn of de Heere ook het instrument van internet wil gebruiken om mensen die zalig worden aan de gemeente toe te voegen.

dinsdag 23 oktober 2012

Kerk 7.0

Middeleeuwen, Verlichting, Renaissance. Met deze en andere begrippen delen we de geschiedenis in. Het kan ook specifieker, zoals bijvoorbeeld de dertiger jaren of de jaren zestig. In beide gevallen wordt de twintigste eeuw bedoeld en de meesten zullen het weten te plaatsen. De huidige tijd wordt de postmoderne tijd genoemd.
Wanneer er bij softwareprogramma's wijzigingen optreden, dat wordt dit weergegeven door cijfers. Zo heeft het kantoorsoftwarepakket Openoffice.org de cijfers 3.4.1 achter de naam staan. De browser Firefox is al bij 18.0.1. Het eerste cijfer geeft de versie aan van het programma en de verdere cijfers zeggen, dat er sinds de eerste verschijning van de versie kleine verbeteringen zijn doorgevoerd.

Nu zijn er de afgelopen tijd publicaties geweest, die op deze manier verder gaan. Zo is er het boek van Ronald van de Hoff met als titel 'Society 3.0'. Sabine van der Heijden schreef het boek 'Kerk voor een nieuwe generatie', waarin ze spreekt over jeugdwerk 3.0. Verder was er nog het manifest 'Dominee 2.0'.
Deze manier sluit niet trouwens alleen aan bij softwareprogramma's, maar bij heel de maatschappij. Op vele plaatsen vinden we het terug en worden we gewezen op zogenaamde verbeterde en zelfs nieuwe versies. Zo staat 'Werken 2.0' voor het nieuwe werken. Er is 'Bibliotheek 2.0', omdat, volgens de website, de wereld verandert. Verder zijn er “Ambtenaren 2.0'. Dit zijn mensen van binnen en buiten de overheid, die willen werken aan een nieuwe overheid. Dus een 'Overheid 2.0.

Wat doen we met dit alles als kerk? Moet het jeugdwerk geüpdatet worden naar Jeugdwerk 3.0? Moeten we werken aan een kerk 2.0 of zelfs een nog hogere versie? Wat betekent dit eigenlijk. Misschien is het goed om eerst even te kijken wat bedoelt wordt met al die upgrades. Zijn het daadwerkelijk veranderingen? Zijn die veranderingen ook verbeteringen?

Wanneer Ronald van den Hoff spreekt over society 3.0, dan doet hij dit als horecaondernemer, die internetondernemer geworden is en spreekt en schrijft over veranderingen die nodig zijn in organisaties. In deze tijd behoort naar zijn mening een organisatie een netwerkorganisatie te zijn. Dit is ook iets, dat hij terug ziet bij organisaties als LEGO en Coca Cola. Hij beschrijft in zijn boek, dat LEGO klanten nieuwe bouwconstructies laat ontwerpen. Hij noemt dit co-creëren. Het is de vorm die past bij society 3.0.
In deze organisatie is een top-down structuur al helemaal taboe voor een organisatie. De CEO moet niet in een ivoren toren plaatsnemen, maar rond lopen op de werkvloer en in gesprek zijn met de mensen daar. Menno Lanting zegt hierover in 'Iedereen CEO', dat het voor een leider belangrijk is om te dienen en visie te schetsen. De werknemers moeten dan ook niet uitvoeren, wat van bovenaf opgelegd is. Samen moet gewerkt worden aan het doel van de organisatie en een ieder moet zijn of haar ideeën daarover kunnen delen. Ideeën die dan ook gehoord moeten worden. Ieder personeelslid zal ook de vrijheid moeten hebben om initiatieven te nemen met de mogelijkheid, dat het mislukt. Dit alles om de organisatie te dienen. De nadruk ligt dus op samen. Oftewel er moet een netwerkorganisatie ontstaan. Organisatie 3.0.

En dergelijke verschuiving in de organisatiestructuur treffen we ook aan in de opsomming van het jeugdwerk door Sabine van der Heijden. Jeugdwerk 1.0 is een vorm van jeugdwerk, die gezien wordt bij gemeenten die hiërarchisch gestructureerd zijn, waarbij de kerkenraad de beslissingen neemt en het doel is om de bestaande vorm van kerk zijn voort te zetten. Zij zegt, dat in deze vorm de kans groot is, dat jongeren zich niet gezien en gehoord voelen. Bij jeugdwerk 2.0 is dit anders. Hier is er een besef, dat er aangesloten moet worden bij de cultuur van kinderen en jongeren om ze te bereiken. Het jeugdwerk moet uitgaan van hun belevingswereld en de thema's die hen bezighouden. Dit alles met als doel om een brug te slaan tussen de wereld van de jongeren en het evangelie. Jeugdwerk 3.0 laat dit alles los. Dit mede omdat jeugdwerk 3.0 niet uitgaat van een vaste organisatie, maar van een vloeibare. Jongeren moeten doen niet gehaald worden in het netwerk van de kerk, maar christen zijn in het netwerk, waarin zij zich bevinden. Het jeugdwerk is dan niet meer georganiseerd op grond van leeftijd, maar op grond van de bestaande netwerken, zoals sport, vrije tijdsbesteding en muziek. Dit is dan zowel In Real Life, als via de social media. Kenmerkend bij dit alles is, dat relaties het doel zijn en niet een middel om jongeren bij de kerk te betrekken.

Wanneer we de samenleving bezien, dan kunnen we niet anders zeggen, dan dat zaken anders zijn geworden. De huidige versie van de maatschappij is niet te vergelijken met die van de tijd ervoor. Het hiërarchische is aan het afbrokkelen en jongeren accepteren dit ook steeds minder. Veel organisaties spelen hier op in door werknemers en consumenten te laten participeren in de bedrijfsvoering. Dit veroorzaakt een verandering van de structuur van die organisaties. Top-down wordt een pannenkoek, een netwerk.
In deze maatschappij staat de kerk, die de eeuwen heeft getrotseerd. Gedurende de eeuwen heeft de kerk verschillende veranderingen doorgemaakt. Dan kunnen we denken aan de opkomst van de bisschoppen en in het bijzonder van de paus en de hele structuur die vervolgens ontstaan is. Misschien is de grootste verandering wel de Reformatie geweest, maar ook het Concilie van Trente kan genoemd worden. Het zegt ons, dat de kerk niet is gebleven, zoals zij begonnen is op de Pinksterdag. De kerk is aan verandering onderhevig. Het zegt ons ook, dat de kerk in deze tijd niet ongewijzigd hoeft te blijven. Al moeten er geen wijzigingen doorgevoerd worden omdat andere organisaties dit doen. Tegelijk zal het doel van de kerk in het oog gehouden moeten worden.

Het doel van de kerk is iets dat nog niet nader genoemd is. Zelf zou ik willen zeggen, dat het in de kerk moet gaan om de eer van God en de verheerlijking van Zijn Naam en om de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus tot redding van een ieder die in Hem gelooft. In de huidige maatschappij zal dit steeds moeilijker bereikt kunnen worden door middel van een top-down organisatie. De kerk zal dan ook, in ieder geval plaatselijk, een structuurwijziging door moeten voeren. Al zal dit niet een wijziging moeten zijn naar maatschappelijke maatstaven, maar in het licht van de Bijbel. Geen dominante hiërarchische verhoudingen, maar wel oudsten die vol zijn van de Geest om leiding te geven aan de gemeente. Geen jeugdwerk met als doel het bestaande voort te zetten, maar wel jeugdwerk, dat kinderen en jongeren wil brengen tot Christus, opdat zij bij Hem eeuwig heil mogen vinden. Hiermee zeg ik, dat de kerk in wezen niet verandert en dat er ook geen verbeterde versie van de kerk kan zijn. Het doel mag niet anders zijn, dan door Jezus geformuleerd in Mattheüs 28:19. De organisatievorm is daarentegen niet heilig en zal zo moeten zijn, zodat het doel op de beste manier gediend wordt. Zodat de Heer van de Kerk op de beste manier gediend wordt.
Ik wil dan ook niet spreken van kerk 2.0 of 3.0. Wat ik hoop is, dat kerkenraden zich verdiepen in deze tijd en er aan willen werken, dat de kerk zo georganiseerd wordt, zodat de kinderen en jongeren die nu opgroeien zullen komen tot het dienen van de allerhoogste God. Dit kan dus een structuurwijziging opleveren. Het betekent in ieder geval, dat heel de gemeente als een netwerk betrokken moet zijn. Het jeugdwerk is niet van een enkel kerkenraadslid (de jeugdouderling) met enkele gemeenteleden. Heel de gemeente, waaronder de ouders van de jongeren – maar zij niet alleen –, zal hier deel vanuit moeten maken. Samen zal er een netwerk moeten zijn, dat als doel heeft om God te verheerlijken en mensen, waaronder de kinderen en de jongeren, te brengen bij Jezus Christus. Jongeren zullen in dit netwerk opgenomen moeten worden en gezien en gehoord moeten worden. Zowel in de eredienst, als op avonden, als ook via de social media.

Bij dit alles mag de de leiding van de gemeente voortgaan met schetsen van de visie waarmee Jezus al begonnen is. Het Koninkrijk van God, dat komende is in de wereld. Als dit Koninkrijk bij Zijn wederkomst aanbreekt, zal de kerk 7.0 zijn.

vrijdag 14 september 2012

Onbedekt gezicht

2 Corinthe 3:18

Onbedekt gezicht. Het zouden woorden kunnen zijn uit een verkiezingsprogram. Woorden gericht tegen de boerka en de nikaab. Maar daar heeft Paulus het niet over. Hij heeft het over christelijke gelovigen die een onbedekt gezicht hebben en in elkaars gezicht Gods heerlijkheid aanschouwen. Dit klinkt mogelijk mysterieus. Waar heeft Paulus het over? Daarvoor moeten we het eerdere uit 2 Corinthe 13 er bij pakken en ook andere delen uit de Bijbel.

Paulus zegt in vers 6, dat de Heere ons bekwaam gemaakt heeft om dienaars van het nieuwe verbond te zijn. Hiermee verwijst hij naar het oude verbond, dat de Heere gesloten heeft met Israël op de berg Sinaï. Samen met deze verwijzing noemt hij enkele verschillen tussen het oude en het nieuwe verbond. Het oude verbond is van de letter, het nieuwe van de Geest. Het oude doodt, terwijl het nieuwe levend maakt. De heerlijkheid van het oude verbond verdwijnt, terwijl de heerlijkheid van het nieuwe verbond blijvend is.

Het oude verbond is de wet, die met letters in stenen gegrift is. We lezen er over in Exodus. De tweede keer zelfs door de vinger van God. Daar lezen we ook, dat het gezicht van Mozes straalde, wanneer hij van de berg af kwam, nadat hij met de Heere gesproken had. Het volk Israël vraagt of hij zijn gezicht wil bedekken. Waarom?
Mozes weerspiegelt Gods heerlijkheid en die kunnen zij niet zien. De reden is eenvoudig. De heerlijkheid van God is de heerlijkheid van de Heilige. Het volk is geenszins heilig. Net als alle mensen zijn zij behept met zonde. In zonde ontvangen en geboren. Deze zondigheid wordt hen aangewezen door de wet die Mozes van de Heere gekregen heeft. Die wet is niet uit te poetsen. De wet is in stenen gegrift en door de wet worden ze veroordeeld tot de dood. Daarom vragen zij Mozes om het gezicht te bedekken.
Hierom ligt er tot op de huidige dag een bedekking op hun hart, wanneer Mozes, dat wil zeggen de wet, gelezen wordt. Want als Gods heerlijkheid zichtbaar zou wezen, dan zou de zondigheid in alles zichtbaar worden en zou er geen heil en leven meer zijn. Hierbij zij opgemerkt, dat dit niet alleen voor Israël geldt, maar goedbeschouwd voor alle mensen. De Heere is te heilig om aanschouwt te worden door een zondig mens.

Maar in Christus wordt de bedekking tenietgedaan. Dienaars van Christus hoeven niet net als Mozes het gelaat te bedekken. Waarom niet? Immers, dienaren van Christus weerspiegelen toch net als Mozes de heerlijkheid van God. Als het goed is doen zij dit. Daarvoor is het ook nodig, dat zij net als Mozes regelmatig in gesprek zijn met de Heere God. Precies zoals ook de Heere Jezus telkens de stilte opzocht om met Zijn Vader te spreken. Maar er zijn enkele verschillen tussen Mozes, die een dienaar van God was en huidige dienaars van God in Christus.
Het oude verbond op grond waarvan Mozes de heerlijkheid van God weerspiegelde verwees naar de wet, die doodt. De weerspiegeling van Gods heerlijkheid verkondigde, dat een mens door eigen werken niet behouden kon worden. Het nieuwe verbond verwijst naar Christus, die levend maakt door het offer, dat Hij bracht op Golgotha. De weerspiegeling van Gods heerlijkheid door de dienaars van het nieuwe verbond verkondigt dan ook, dat een mens door het heilswerk van de Heere Jezus behouden kan worden. Het laat de vergeving van zonden zien en de rechtvaardiging. Hierom hoeft het gezicht niet bedekt te worden.
Hier sluit bij aan, dat de weerspiegeling van Gods heerlijkheid door Mozes telkens tenietgedaan werd. Het is een bevestiging, dat het oude verbond leidt tot de dood door het oordeel dat van de wet uitgaat. Maar het heil van Christus is blijvend en zo ook de heerlijkheid die weerspiegelt mag worden. Deze heerlijkheid zal door de dienaars van het nieuwe verbond dus niet bedekt moeten worden. Met onbedekte gezicht zullen zij door de wereld moeten gaan. Dit betekent, dat zij Christus moeten verkondigen en Zijn heerlijkheid moeten weerspiegelen.

Wie zijn eigenlijk de dienaars van het nieuwe verbond? Paulus en de andere apostelen. Zij zijn het. Maar zij niet alleen. Evangelisten, zendelingen en predikanten. Zij zijn het als het goed is ook. Maar opnieuw. Zij niet alleen. Wat lezen we in vers 16. Daar staat, dat als iemand uit Israël zich bekeert tot de Heere de bedekking wordt weggenomen. Als eerste geldt die voor iedere Jood, die zich bekeert tot de Heere Jezus Christus. Als tweede mag dit ook gelden voor de niet-Jood. Wie zich bekeert tot de Heere zal in Christus de heerlijkheid van God mogen zien en die mogen weerspiegelen. Als er dan ook gesproken wordt over de dienaars van het nieuwe verbond, dan gaat het over iedereen die tot geloof in gekomen in Jezus Christus. Het gaat om u en mij. Wij mogen met onbedekte gezichten door de wereld gaan en door woord en daad Gods heerlijkheid weerspiegelen om hierdoor te verkondigen, dat een mens door het geloof in Jezus Christus niet in het oordeel zal komen, maar voor eeuwig behouden zal worden.

donderdag 12 juli 2012

Eindtijd


Frank Ouweneel is al jaren bezig om mensen de tekenen van de tijd te laten zien. Waarom hij hier mee bezig is, kan ik niet zeggen. Ik zie niet het hart aan en zal hem ook niet oordelen. Er zijn wel allerlei redenen te bedenken. Is hij gedreven door Gods Geest. Door Zijn geloof. Door zijn broer Willem Ouweneel. Door zijn poging om uit de schaduw van broer Willem te geraken. Door …. Er zijn vast meer redenen te bedenken. Een ieder kiest de reden maar die hij wil. Ik kies niet, omdat ik slechts de buitenkant zie.

De buitenkant zijn wel de filmpjes die op Internet staan en de Dvd's die te bestellen zijn. Deze zijn door Gerald Wagenaar en Wilbert van den Esker nauwkeurig bekeken en beoordeeld. Wanneer ik afga op hun beoordeling, dan schort er nog al wat aan de zaken die Frank Ouweneel als feiten presenteert. Dat betreur ik ten zeerste, omdat de verkondiging van de eindtijd een serieuze zaak is en al teveel onderbelicht blijft in de wereld van kerk en theologie. Echter wanneer de eindtijd besproken wordt, dan behoort dit wel met feiten te gebeuren die te verifiëren zijn. Na verificatie van de getoonde feiten moet niet blijken, dat de gepresenteerde feiten niet feitelijk zijn, maar onjuist.

In de ophef die ontstaan is door de Dvd's van Frank Ouweneel, verwacht ik dan ook, dat hij daadwerkelijk met feiten komt, en niet met bronnen die niet kloppen, of anders met excuses en door het stof gaat. Wanneer dit laatste zou moeten gebeuren, dan spijt mij dat, omdat dit schade doet aan het christelijk geloof en aan de verkondiging van de eindtijd.


Ik ben dankbaar, dat het Nederlands Dagblad in de persoon van Daniël Gillissen hem herhaaldelijk benaderd heeft voor een reactie en dat het ND bij de feiten is gebleven. Tegenover CIP heeft Frank Ouweneel gereageerd. Alleen niet inhoudelijk en dat zal wel moeten.
Ik hoop bovenal, dat deze ophef niet uitloopt op een bespotting van de verkondiging van de eindtijd. Dit zou het christelijke geloof geen goed doen. Trouwens, evenals valse feiten verkondigen over de eindtijd, dit niet doen. 

Wat betreft de eindtijd. Ik weet, dat de ure is aan de Vader. Het is aan Hem wanneer Hij Zijn Zoon terugzendt en het Koninkrijk op aarde gevestigd zal worden. Maar Hij heeft ons wel gesommeerd om te letten op de tekenen van de tijd. Dat er een eindtijd is, betekent, dat eens de Heere zal oordelen over levenden en doden. En het is vreselijk te vallen in de handen van de levende God. Nu is het nog genadetijd. Wat is het goed om mensen hierop te wijzen. Dit kan door hen te wijzen op de tekenen van de tijd en zo aan te tonen, dat de eindtijd en hiermee het oordeel nabij is. Dat het Koninkrijk van God nabij is, zoals Jezus gezegd heeft. We zullen bij deze verkondiging moeten blijven bij de feiten. In het bijzonder de Bijbelse feiten. Waar we ook bij moeten blijven is de liefde. In liefde vermanen. Laten we hierbij denken aan de manier waarop Priscilla en Aquila Apollos ter zijde namen en hem de weg van God nauwkeuriger uitlegden.