vrijdag 14 september 2012

Onbedekt gezicht

2 Corinthe 3:18

Onbedekt gezicht. Het zouden woorden kunnen zijn uit een verkiezingsprogram. Woorden gericht tegen de boerka en de nikaab. Maar daar heeft Paulus het niet over. Hij heeft het over christelijke gelovigen die een onbedekt gezicht hebben en in elkaars gezicht Gods heerlijkheid aanschouwen. Dit klinkt mogelijk mysterieus. Waar heeft Paulus het over? Daarvoor moeten we het eerdere uit 2 Corinthe 13 er bij pakken en ook andere delen uit de Bijbel.

Paulus zegt in vers 6, dat de Heere ons bekwaam gemaakt heeft om dienaars van het nieuwe verbond te zijn. Hiermee verwijst hij naar het oude verbond, dat de Heere gesloten heeft met Israël op de berg Sinaï. Samen met deze verwijzing noemt hij enkele verschillen tussen het oude en het nieuwe verbond. Het oude verbond is van de letter, het nieuwe van de Geest. Het oude doodt, terwijl het nieuwe levend maakt. De heerlijkheid van het oude verbond verdwijnt, terwijl de heerlijkheid van het nieuwe verbond blijvend is.

Het oude verbond is de wet, die met letters in stenen gegrift is. We lezen er over in Exodus. De tweede keer zelfs door de vinger van God. Daar lezen we ook, dat het gezicht van Mozes straalde, wanneer hij van de berg af kwam, nadat hij met de Heere gesproken had. Het volk Israël vraagt of hij zijn gezicht wil bedekken. Waarom?
Mozes weerspiegelt Gods heerlijkheid en die kunnen zij niet zien. De reden is eenvoudig. De heerlijkheid van God is de heerlijkheid van de Heilige. Het volk is geenszins heilig. Net als alle mensen zijn zij behept met zonde. In zonde ontvangen en geboren. Deze zondigheid wordt hen aangewezen door de wet die Mozes van de Heere gekregen heeft. Die wet is niet uit te poetsen. De wet is in stenen gegrift en door de wet worden ze veroordeeld tot de dood. Daarom vragen zij Mozes om het gezicht te bedekken.
Hierom ligt er tot op de huidige dag een bedekking op hun hart, wanneer Mozes, dat wil zeggen de wet, gelezen wordt. Want als Gods heerlijkheid zichtbaar zou wezen, dan zou de zondigheid in alles zichtbaar worden en zou er geen heil en leven meer zijn. Hierbij zij opgemerkt, dat dit niet alleen voor Israël geldt, maar goedbeschouwd voor alle mensen. De Heere is te heilig om aanschouwt te worden door een zondig mens.

Maar in Christus wordt de bedekking tenietgedaan. Dienaars van Christus hoeven niet net als Mozes het gelaat te bedekken. Waarom niet? Immers, dienaren van Christus weerspiegelen toch net als Mozes de heerlijkheid van God. Als het goed is doen zij dit. Daarvoor is het ook nodig, dat zij net als Mozes regelmatig in gesprek zijn met de Heere God. Precies zoals ook de Heere Jezus telkens de stilte opzocht om met Zijn Vader te spreken. Maar er zijn enkele verschillen tussen Mozes, die een dienaar van God was en huidige dienaars van God in Christus.
Het oude verbond op grond waarvan Mozes de heerlijkheid van God weerspiegelde verwees naar de wet, die doodt. De weerspiegeling van Gods heerlijkheid verkondigde, dat een mens door eigen werken niet behouden kon worden. Het nieuwe verbond verwijst naar Christus, die levend maakt door het offer, dat Hij bracht op Golgotha. De weerspiegeling van Gods heerlijkheid door de dienaars van het nieuwe verbond verkondigt dan ook, dat een mens door het heilswerk van de Heere Jezus behouden kan worden. Het laat de vergeving van zonden zien en de rechtvaardiging. Hierom hoeft het gezicht niet bedekt te worden.
Hier sluit bij aan, dat de weerspiegeling van Gods heerlijkheid door Mozes telkens tenietgedaan werd. Het is een bevestiging, dat het oude verbond leidt tot de dood door het oordeel dat van de wet uitgaat. Maar het heil van Christus is blijvend en zo ook de heerlijkheid die weerspiegelt mag worden. Deze heerlijkheid zal door de dienaars van het nieuwe verbond dus niet bedekt moeten worden. Met onbedekte gezicht zullen zij door de wereld moeten gaan. Dit betekent, dat zij Christus moeten verkondigen en Zijn heerlijkheid moeten weerspiegelen.

Wie zijn eigenlijk de dienaars van het nieuwe verbond? Paulus en de andere apostelen. Zij zijn het. Maar zij niet alleen. Evangelisten, zendelingen en predikanten. Zij zijn het als het goed is ook. Maar opnieuw. Zij niet alleen. Wat lezen we in vers 16. Daar staat, dat als iemand uit Israël zich bekeert tot de Heere de bedekking wordt weggenomen. Als eerste geldt die voor iedere Jood, die zich bekeert tot de Heere Jezus Christus. Als tweede mag dit ook gelden voor de niet-Jood. Wie zich bekeert tot de Heere zal in Christus de heerlijkheid van God mogen zien en die mogen weerspiegelen. Als er dan ook gesproken wordt over de dienaars van het nieuwe verbond, dan gaat het over iedereen die tot geloof in gekomen in Jezus Christus. Het gaat om u en mij. Wij mogen met onbedekte gezichten door de wereld gaan en door woord en daad Gods heerlijkheid weerspiegelen om hierdoor te verkondigen, dat een mens door het geloof in Jezus Christus niet in het oordeel zal komen, maar voor eeuwig behouden zal worden.