zaterdag 27 oktober 2012

Internetkerk

Het opiniestuk zoals het 5-11-2012 geplaatst is in het RD.

Internetkerk goed middel voor evangelisatie

Een internetkerk, zoals de PKN die wil opzetten, kan een goede functie hebben om  mensen te bereiken die anders nooit in de kerk zouden komen, betoogt ds. J. Holtslag.

Zaterdag 27-10 las ik eerst via de website van deze krant het hoofdredactioneel commentaar over de Internetkerk die de Protestantse Kerk in Nederland wil starten. Het oordeel van de commentator over de Internetkerk is overwegend negatief. Een christen hoort op zondag naar de kerk te gaan en niet makkelijk thuis op de bank te zitten luisteren.”Gemeente zijn is essentieel deel van geloofsbeleving”, staat er als kop boven het commentaar. En op zichzelf is dat natuurlijk helemaal waar. 
Dezelfde dag las ik in de papieren krant over de ontkerkelijking in Zeeland. In het licht van de cijfers over Zeeland, begrijp ik niet waarom het commentaar over de Internetkerk zo negatief is getoonzet. De in de krant vermelde kerkelijke statistieken over Zeeland betreffen de afgelopen veertig jaar. Jaren waarin kerkdeuren open stonden en mensen binnen konden gaan om het Woord te horen verkondigen. Echter, het tij werd niet gekeerd en de secularisatiegolf ging verder.
Het is mijn wens, dat ook de komende jaren in Zeeland en in de andere delen van ons land de kerkdeuren open staan en dat mensen die daardoor de kerk binnengaan het Woord Gods horen verkondigen en tot berouw en geloof mogen komen. Maar het is niet reëel dat dit op grote schaal zal gebeuren. Wie naar de trend kijkt, die zal moeten concluderen, dat de groep onkerkelijken alleen maar verder zal stijgen. Alleen door een ingrijpen van God kan dit plaatsvinden.
Nu weten we uit de Bijbel, dat de Heere God mensen daar opzoekt, waar ze zijn. Zo gaf de Heere Jezus telkens onderwijs in de synagogen. Paulus volgde hem hierin na en in Athena verkondigde Hij op de Areopagus het Evangelie. Zouden wij dan de mensen ook niet opzoeken waar ze zijn? Waar ze zijn? Op Internet. Op de social media, zoals Twitter en Facebook. Is het dan niet een goede gedachte om via dit medium het Evangelie te verkondigen?
Islamitische landen
Wanneer we spreken over zending in islamitische landen, dan beseffen we dat een kerk bouwen in Saudi Arabië geen mogelijkheid is. Zending moet daar gebeuren via de radio of internet. Waarom zouden we dit laatstgenoemde medium dan niet in eigen land gebruiken voor hen die niet naar een kerk gaan? Zou dit niet een instrument kunnen zijn, dat ons gegeven is om het Evangelie te verkondigen?
Natuurlijk hoop ik en bid ik, dat mensen de weg naar de kerk voor het eerst of opnieuw mogen vinden. Wanneer een internetkerk hieraan kan bijdragen, dan is dat grandioos. Ik zeg dus nadrukkelijk, dat de Internetkerk gericht moet zijn op kerkgang. Niet omdat de Heere alleen daar aanbeden kan worden, want ware aanbidders zullen de Vader aanbidden in geest en waarheid. Maar wel omdat daar de sacramenten bediend worden en in de kerk het lichaam van Christus samenkomt.
Ons gebed zal dus moeten zijn of de Heere ook het instrument van internet wil gebruiken om mensen die zalig worden aan de gemeente toe te voegen.

dinsdag 23 oktober 2012

Kerk 7.0

Middeleeuwen, Verlichting, Renaissance. Met deze en andere begrippen delen we de geschiedenis in. Het kan ook specifieker, zoals bijvoorbeeld de dertiger jaren of de jaren zestig. In beide gevallen wordt de twintigste eeuw bedoeld en de meesten zullen het weten te plaatsen. De huidige tijd wordt de postmoderne tijd genoemd.
Wanneer er bij softwareprogramma's wijzigingen optreden, dat wordt dit weergegeven door cijfers. Zo heeft het kantoorsoftwarepakket Openoffice.org de cijfers 3.4.1 achter de naam staan. De browser Firefox is al bij 18.0.1. Het eerste cijfer geeft de versie aan van het programma en de verdere cijfers zeggen, dat er sinds de eerste verschijning van de versie kleine verbeteringen zijn doorgevoerd.

Nu zijn er de afgelopen tijd publicaties geweest, die op deze manier verder gaan. Zo is er het boek van Ronald van de Hoff met als titel 'Society 3.0'. Sabine van der Heijden schreef het boek 'Kerk voor een nieuwe generatie', waarin ze spreekt over jeugdwerk 3.0. Verder was er nog het manifest 'Dominee 2.0'.
Deze manier sluit niet trouwens alleen aan bij softwareprogramma's, maar bij heel de maatschappij. Op vele plaatsen vinden we het terug en worden we gewezen op zogenaamde verbeterde en zelfs nieuwe versies. Zo staat 'Werken 2.0' voor het nieuwe werken. Er is 'Bibliotheek 2.0', omdat, volgens de website, de wereld verandert. Verder zijn er “Ambtenaren 2.0'. Dit zijn mensen van binnen en buiten de overheid, die willen werken aan een nieuwe overheid. Dus een 'Overheid 2.0.

Wat doen we met dit alles als kerk? Moet het jeugdwerk geüpdatet worden naar Jeugdwerk 3.0? Moeten we werken aan een kerk 2.0 of zelfs een nog hogere versie? Wat betekent dit eigenlijk. Misschien is het goed om eerst even te kijken wat bedoelt wordt met al die upgrades. Zijn het daadwerkelijk veranderingen? Zijn die veranderingen ook verbeteringen?

Wanneer Ronald van den Hoff spreekt over society 3.0, dan doet hij dit als horecaondernemer, die internetondernemer geworden is en spreekt en schrijft over veranderingen die nodig zijn in organisaties. In deze tijd behoort naar zijn mening een organisatie een netwerkorganisatie te zijn. Dit is ook iets, dat hij terug ziet bij organisaties als LEGO en Coca Cola. Hij beschrijft in zijn boek, dat LEGO klanten nieuwe bouwconstructies laat ontwerpen. Hij noemt dit co-creëren. Het is de vorm die past bij society 3.0.
In deze organisatie is een top-down structuur al helemaal taboe voor een organisatie. De CEO moet niet in een ivoren toren plaatsnemen, maar rond lopen op de werkvloer en in gesprek zijn met de mensen daar. Menno Lanting zegt hierover in 'Iedereen CEO', dat het voor een leider belangrijk is om te dienen en visie te schetsen. De werknemers moeten dan ook niet uitvoeren, wat van bovenaf opgelegd is. Samen moet gewerkt worden aan het doel van de organisatie en een ieder moet zijn of haar ideeën daarover kunnen delen. Ideeën die dan ook gehoord moeten worden. Ieder personeelslid zal ook de vrijheid moeten hebben om initiatieven te nemen met de mogelijkheid, dat het mislukt. Dit alles om de organisatie te dienen. De nadruk ligt dus op samen. Oftewel er moet een netwerkorganisatie ontstaan. Organisatie 3.0.

En dergelijke verschuiving in de organisatiestructuur treffen we ook aan in de opsomming van het jeugdwerk door Sabine van der Heijden. Jeugdwerk 1.0 is een vorm van jeugdwerk, die gezien wordt bij gemeenten die hiërarchisch gestructureerd zijn, waarbij de kerkenraad de beslissingen neemt en het doel is om de bestaande vorm van kerk zijn voort te zetten. Zij zegt, dat in deze vorm de kans groot is, dat jongeren zich niet gezien en gehoord voelen. Bij jeugdwerk 2.0 is dit anders. Hier is er een besef, dat er aangesloten moet worden bij de cultuur van kinderen en jongeren om ze te bereiken. Het jeugdwerk moet uitgaan van hun belevingswereld en de thema's die hen bezighouden. Dit alles met als doel om een brug te slaan tussen de wereld van de jongeren en het evangelie. Jeugdwerk 3.0 laat dit alles los. Dit mede omdat jeugdwerk 3.0 niet uitgaat van een vaste organisatie, maar van een vloeibare. Jongeren moeten doen niet gehaald worden in het netwerk van de kerk, maar christen zijn in het netwerk, waarin zij zich bevinden. Het jeugdwerk is dan niet meer georganiseerd op grond van leeftijd, maar op grond van de bestaande netwerken, zoals sport, vrije tijdsbesteding en muziek. Dit is dan zowel In Real Life, als via de social media. Kenmerkend bij dit alles is, dat relaties het doel zijn en niet een middel om jongeren bij de kerk te betrekken.

Wanneer we de samenleving bezien, dan kunnen we niet anders zeggen, dan dat zaken anders zijn geworden. De huidige versie van de maatschappij is niet te vergelijken met die van de tijd ervoor. Het hiërarchische is aan het afbrokkelen en jongeren accepteren dit ook steeds minder. Veel organisaties spelen hier op in door werknemers en consumenten te laten participeren in de bedrijfsvoering. Dit veroorzaakt een verandering van de structuur van die organisaties. Top-down wordt een pannenkoek, een netwerk.
In deze maatschappij staat de kerk, die de eeuwen heeft getrotseerd. Gedurende de eeuwen heeft de kerk verschillende veranderingen doorgemaakt. Dan kunnen we denken aan de opkomst van de bisschoppen en in het bijzonder van de paus en de hele structuur die vervolgens ontstaan is. Misschien is de grootste verandering wel de Reformatie geweest, maar ook het Concilie van Trente kan genoemd worden. Het zegt ons, dat de kerk niet is gebleven, zoals zij begonnen is op de Pinksterdag. De kerk is aan verandering onderhevig. Het zegt ons ook, dat de kerk in deze tijd niet ongewijzigd hoeft te blijven. Al moeten er geen wijzigingen doorgevoerd worden omdat andere organisaties dit doen. Tegelijk zal het doel van de kerk in het oog gehouden moeten worden.

Het doel van de kerk is iets dat nog niet nader genoemd is. Zelf zou ik willen zeggen, dat het in de kerk moet gaan om de eer van God en de verheerlijking van Zijn Naam en om de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus tot redding van een ieder die in Hem gelooft. In de huidige maatschappij zal dit steeds moeilijker bereikt kunnen worden door middel van een top-down organisatie. De kerk zal dan ook, in ieder geval plaatselijk, een structuurwijziging door moeten voeren. Al zal dit niet een wijziging moeten zijn naar maatschappelijke maatstaven, maar in het licht van de Bijbel. Geen dominante hiërarchische verhoudingen, maar wel oudsten die vol zijn van de Geest om leiding te geven aan de gemeente. Geen jeugdwerk met als doel het bestaande voort te zetten, maar wel jeugdwerk, dat kinderen en jongeren wil brengen tot Christus, opdat zij bij Hem eeuwig heil mogen vinden. Hiermee zeg ik, dat de kerk in wezen niet verandert en dat er ook geen verbeterde versie van de kerk kan zijn. Het doel mag niet anders zijn, dan door Jezus geformuleerd in Mattheüs 28:19. De organisatievorm is daarentegen niet heilig en zal zo moeten zijn, zodat het doel op de beste manier gediend wordt. Zodat de Heer van de Kerk op de beste manier gediend wordt.
Ik wil dan ook niet spreken van kerk 2.0 of 3.0. Wat ik hoop is, dat kerkenraden zich verdiepen in deze tijd en er aan willen werken, dat de kerk zo georganiseerd wordt, zodat de kinderen en jongeren die nu opgroeien zullen komen tot het dienen van de allerhoogste God. Dit kan dus een structuurwijziging opleveren. Het betekent in ieder geval, dat heel de gemeente als een netwerk betrokken moet zijn. Het jeugdwerk is niet van een enkel kerkenraadslid (de jeugdouderling) met enkele gemeenteleden. Heel de gemeente, waaronder de ouders van de jongeren – maar zij niet alleen –, zal hier deel vanuit moeten maken. Samen zal er een netwerk moeten zijn, dat als doel heeft om God te verheerlijken en mensen, waaronder de kinderen en de jongeren, te brengen bij Jezus Christus. Jongeren zullen in dit netwerk opgenomen moeten worden en gezien en gehoord moeten worden. Zowel in de eredienst, als op avonden, als ook via de social media.

Bij dit alles mag de de leiding van de gemeente voortgaan met schetsen van de visie waarmee Jezus al begonnen is. Het Koninkrijk van God, dat komende is in de wereld. Als dit Koninkrijk bij Zijn wederkomst aanbreekt, zal de kerk 7.0 zijn.