donderdag 13 december 2012

Wachten op het licht

Ik zie een ster. Dat is mooi, maar wat heb je er aan. Veel licht geeft een ster niet. Een mens heeft meer aan zonlicht. Een inbreker trouwens meer aan het licht van volle maan. Maar een ster. Het verlicht de duisternis niet. Wat kan een mens trouwens verlangen naar het verdwijnen van de duisternis.
Soms heel letterlijk. Wanneer er 's nachts lichamelijke klachten ontstaan, zoals pijn op de borst of in de maag, dan verlangen we naar het aanbreken van de dag. Precies, zoals, in Psalm 130 vermeld, de wachters die op de muren staan, dit doen. In het donker van de nacht is alles namelijk zo anders en voelt alles zo anders aan.
Anders was het ook voor de wijzen uit het Oosten. Te midden van de donkere nacht zien zij een ster. Een ster die ze niet eerder gezien hebben. Een ster waaraan zij de betekenis geven, dat er een koningskind geboren moet zijn. Het is in hun ogen zo bijzonder, dat zij niet blijven waar ze zijn, maar op pad gaan. Zij willen meer weten van de verkondiging, die volgens hen, uitgaat van de ster. Ze gaan op reis en volgen de ster.
Het is voor ons een vreemde constatering. Zon, maan en sterren vertellen ons over de tijden en seizoenen en ze kunnen gebruikt worden om te navigeren. Maar hoe kan een ster verkondigen, dat er een koningskind geboren is. Het is vreemd. Toch gebruikt de Heere deze “wetenschap” om wijze mensen uit het Oosten op reis te laten gaan. Zij gaan op pad, de ster achterna, op zoek naar de pasgeboren Koning der Joden.

Wat leven wij trouwens in een geheel andere tijd. Soms lijkt het alsof zon en maan er geheel niet toe doen. Wij hebben onze verlichting, zodat we 's avond en 's nachts kunnen verder gaan met wat we overdag begonnen zijn. In de industrie is dit het geval en in steden blijkt dit ook zo te gaan. Niet voor niets heeft Frank Sinatra gezongen van de stad New York, dat het een stad is that never sleeps. (Die nooit slaapt.)
Wij leven in een 24-uurs economie. Alles draait constant door en dat 7 dagen per week. De kans is dan ook heel groot, dat wij nooit een ster hadden gezien. Aan de ene kant niet, omdat we het hier nooit echt donker is en aan de andere kant, omdat we altijd bezig zijn en van geen ophouden weten. Een ster zal ons niet brengen bij een koningskind.
Een enkele keer vraag ik me af of in deze tijd het verkondigde Woord een mens kan brengen bij het Koningskind. Naast, dat het nooit echt donker is, is het ook haast nooit echt stil. We worden steeds maar weer omringd door geluid. Het zou zo maar kunnen, dat al dat geluid ons belemmert om te horen over het Koningskind. Aan de andere kant zien we bij Herodus, dat ook hij niet wilde horen, terwijl het Woord duidelijk in zijn oren klonk. Zowel van de wijzen uit het Oosten als van de geleerden vanuit de Thora.

Maar terwijl velen de kerstster niet zien en het Woord van God niet kunnen of willen horen, is er in de samenleving wel een sterke gedachte, dat er 'iets' moet zijn. Een hogere macht. Zo hebben vele mensen die niets met het christelijk geloof hebben wel een besef van een hiernamaals. Velen praten over gestorven geliefden, dat ze een bepaalde gebeurtenis van 'boven' mee zullen maken. Velen dachten trouwens, dat 12-12-12 een bijzondere dag zou worden. Anderen gaan er vanuit, dat 21-12-2012 de laatste dag zal worden.
Bij mensen is er zo wel een besef van een hogere en goddelijk macht, maar velen willen niet geloven in die ene almachtige God, die zich geopenbaard heeft in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit is spijtig. Want hoe belangrijk is het niet, dat wij net als de wijzen uit het Oosten bij het Christuskind aankomen. Uiteindelijk is Hij de enige Redder van de wereld.
Wanneer de kerstster en het Woord van God de mensen niet bij Jezus brengen, hoe dan wel? Dit is de vraag die de kerk zich vandaag moet stellen. Hoe komen mensen in aanraking met het Kind van Bethlehem, zodat zij in Hem geloven en eeuwig leven vinden in Gods Koninkrijk. In de oude berijming van Psalm 130 worden ons in de laatste coupletten twee zaken aangereikt. Als eerste worden zij genoemd die op de Heere wachten en als tweede worden de gebeden genoemd, die tot de Heere opgezonden worden.

Te midden van een wereld, die kerst viert zonder het Christuskind, zijn er mensen, die in God geloven en uitzien naar Zijn komst. Die wachten op het Licht. Dan kan het in de wereld tekeer gaan. Dan kan het zijn, dat het Licht der wereld en het Woord van God niet gezien en gehoord kunnen worden door alles wat er in de maatschappij gebeurt. Maar wat is het goed en zegenrijk, dat er een gemeente van Christus is, die getuigt van de komst van Christus. Een gemeente, die een leesbare brief zal moeten zijn om zo aan de wereld de komst van Christus te verkondigen.
Blijft de gemeente van Christus ongestoord de Heere verwachten en hopen op Zijn onfeilbaar Woord? Eigenlijk is dat wat van de christelijke gemeente gevraagd wordt, nu dit jaar opnieuw kerst gevierd mag worden. Volharden in het geloof, dat God mens geworden is. Vasthouden aan Gods beloften. Dit betekent, dat we blijven wachten op het Licht. Wachten op de wederkomst van Jezus.
Tegelijk wordt er verwacht, dat er gebeden wordt. Vers 4 van de berijming van psalm 130 zegt: Hij maakt op hun gebeden gans Israël eens vrij. Evenals Israël zal de gemeente van Christus moeten volharden in het gebed. Bidden of de Heere Israël wil zetten in de vrijheid van het geloof en of Hij dit wil doen met heel de wereld. Het is het gebed of de Heere met Zijn Geest wil werken in de harten van mensen die het Woord van God niet horen en het Licht der wereld niet zien, opdat zij vinden. Door Gods ingrijpen vonden de wijzen uit het Oosten het Kind Jezus en vond Herodus Hem niet. Hebben wij Hem al gevonden? De berijming van Psalm 130 eindigt met de woorden: 'Zo doe Hij ook aan mij'. Laat ons gebed ook zijn, dat wij zelf door de Heere bij het Kind van Bethlehem gebracht worden.