vrijdag 13 december 2013

Wierook en Pepermunt


Tijdens de officiële start van www.Mijnkerk.nl sprak ik Janneke Nijboer en Eric van den Berg over hun nog uit te komen boek: 'Wierook en Pepermunt'. Nadat ik op Twitter meldde, dat ik het boek nagenoeg uit had gelezen, reageerde Eric met:



Wierook en Pepermunt
Een boek van een Katholiek uit Gorkum die liever in Brabant was geboren, maar nu in Dan Haag woont en van een Gereformeerd meisje, dat verder keek dan haar neus lang is en met heel haar hart voor de totstandkoming van de Protestantse Kerk in Nederland stemde. Het is een heel subjectief boek geworden. Persoonlijke verhalen over hoe kerkelijke zaken beleeft worden en hoe naar de ander gekeken wordt. Al met al zijn al de hoofdstukken met een bril opgeschreven.
Zelf heb ik het boek ook met een bril op gelezen. De bril is van een protestant, die geen voorstander was van de vorming van de PKN en vragen voelt op komen, wanneer gezegd wordt, dat dit een belijdende kerk is. Daarbij een protestant die behoorlijk Calvinistisch is en niet zoveel op heeft met wierook en beelden, die de preek wel belangrijk vindt en theologische bezwaren kent richting de Rooms Katholieke Kerk.

Mijn ervaring met 'Wierook en Pepermunt' is dan ook divers. 

Janneke, die als eerste insteekt, staat dichtbij. Ook protestant. In wat zij beschrijft over de huisgodsdienst en de kerk is veel herkenning. Ook bij ons thuis waren er de vaste momenten van gebed voor en na het eten en van het lezen uit de (kinder)Bijbel. Als kind telde ik evenals Janneke de lampen in de kerk. Verder bestudeerde ik het liederenbord door onder andere te kijken welk cijfer het vaakst voorkwam en welk cijfer niet op het bord stond. Mijn ervaring van catechisatie is net als haar, dat ik er niet veel meer van weet. Daarbij is Psalm 23 ook voor mij verbonden met een grootouder. Mijn opa noemde vaak het vierde vers - Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
 Maar zij die dichtbij staat, zorgt ook voor verwijdering. De openheid die zij heeft naar de Rooms Katholieke kerk en andere godsdiensten heb ik nooit gekend. Met liturgische kleuren en kleding heb ik niets. De paaskaars, als teken van het licht van Christus, hoeft er voor mij niet in de kerk te staan en te branden. Als de Bijbel opengaat, dan schijnt Gods licht. Precies zoals psalm 119:105 dit verwoordt: Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
De hoofdstukken lezend, die Janneke geschreven heeft, hebben dus gezorgd voor een heen en weer gaande beweging. Herkenning en verwijdering. Verbonden met en los van elkaar. 

Wat is dan mijn gevoel en ervaring bij het lezen van de hoofdstukken die door Eric zijn geschreven? In ieder geval was mijn houding er één van een grotere afstand. Niet los. Want ik wil een ieder die in Jezus Christus gelooft, zien als broeder, dan wel als zuster. Tegelijk begon ik al lezend met het besef, dat de geloofsbeleving wel heel anders is en dat de afstand zeer waarschijnlijk niet kleiner zal worden.
Dit wordt bevestigd door opmerkingen als: "Een preek heeft toch iets een-punt-nullerigs". Toch zet de opmerking "Daarom voor mij meer wierook en geen pepermunt" mij ook aan het denken. Geloofsbeleving is een wezenlijk iets. Het is niet alleen het verstand, maar heel de mens. Ik wil de preek niet inruilen voor wierook, maar wil wel de mens in het geheel in het oog hebben. Iets dat ook Janneke benadrukt, wanneer ze schrijft: "Het christelijke geloof is gericht op heel de mens: hart, ziel, lijf en leden de mensen waarmee je samenleeft dichtbij en ver af".

Wanneer Eric spreekt over de eucharistie, dan voel ik als eerste distantie. Tegelijk ervaar ik verbondenheid, wanneer hij de woorden aanhaalt, die Jezus uitsprak tijdens het laatste avondmaal. Al kriebelt het dan weer wel, als de consecratie ter sprake komt. Ik houdt toch liever vast aan de wijze van Johannes Calvijn, die de instellingswoorden geestelijk leest. 
Wanneer ik lees, dat Eric niet zo'n bijbellezer is, dan denk ik: Jammer. Ik ervaar het lezen en bestuderen van de Bijbel juist als een groot genot. Dat de zondagsschool in de jaren dat hij er een enkele keer is geweest, niet zo aantrekkelijk was, spijt me. Tegelijk kan ik niet begrijpen, dat er aantrekkingskracht ligt bij vloeken en het liefdevol aanbidden van Maria. 

Wanneer Eric over geloof spreekt, dan ervaar ik verbondenheid. Iets dat ik ook heb bij Janneke. Al zorgt haar (feministische) theologische inkleuring voor afstand. Ik maak dat niet mee en ervaar dat dit alles er voor zorgt, dat de verbondenheid overschaduwd wordt. Iets wat ik niet wil, maar dat wel gebeurt. Het is de ervaring die ik heb met een groot deel van de Protestantse Kerk in Nederland. Verbondenheid en de wil om verbonden te zijn en tegelijk het idee dat er zo weinig gemeenschappelijk is. Een ieder heeft zijn of haar eigen geloofsbeleving. Maar met Eric wil ik van harte onderstrepen, dat de hemel geen schisma kent. In Efeze 2:14 staat met betrekking tot Israël en de gelovigen uit de heidenen, dat de tussenmuur, die scheiding maakte afgebroken is. Wanneer deze muur al afgebroken is, dan kent de hemel zeker geen scheiding door kerkmuren. maar wat is het lastig om dit op aarde te zien. Het komt waarschijnlijk door de bril die we op hebben. Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.









donderdag 5 december 2013

Christelijke verdeeldheid over Schriftvisie

Tijdens Andries Radio Symposium werd niet alleen bevestigd, dat er christelijke verdeeldheid is over Israël, maar ook, dat de verschillen niet te overbruggen zijn. De eindconclusie is via Twitter alsvolgt de wereld ingegaan:



Dat de Heere God iets met Israël had, wordt breed gedragen, maar dan gaan wegen snel uiteen. De één ziet geen enkele plek meer voor Israël, omdat al de profetieën al vervuld zijn en de ander wacht op de vervulling van de profetieën die aan Israël zijn gedaan.



Op de brief die een kerkelijk betrokken inwoonster van Zeist stuurde aan dhr. van Ek, eigenaar van de C1000 in die plaats, reageerden christenen geheel verschillend. De één instemmend en een ander schaamde zich voor zijn geloofsgenoten.


Nadat de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland een visierapport over homoseksualiteit en homoseksuele relaties het licht had laten zien, waren de reacties opnieuw divers. Instemmend en ook niet. Zo worden er vragen aan de synode gesteld. Onder andere door Dien de Haan.

Dit alles geeft mij het idee, dat de verdeeldheid in orthodox Nederland toeneemt. Heel graag wil ik aanwijzingen zien, dat het niet zo is, maar ik vermoed, dat die er niet zijn. Ja, er is toenadering tussen kerken, maar de individuele gelovigen lijken steeds verder van elkaar te komen. Er is dan geen sprake van kerkscheuring, maar van kerkleerscheuring. Een scheuring die dwars door kerkverbanden heenloopt. Zo wordt verbondenheid ervaren met gelovigen in andere kerkgenootschappen en tegelijk ook distantie. Want de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn in het geheel niet homogeen en de Gereformeerde Bond is geen koekoekseenzang. Het verschil in Schriftvisie neemt toe.

Hoewel dit alles niet nieuw is, trof het mij wel door bovenstaande voorbeelden. Het zou goed zijn om hier eens gezamenlijk naar te kijken. Hoe kan het dat de verschillen steeds groter worden? 
In haar blog als antwoord op het EO Congres spreekt Miranda Klaver hierover. Zij legt de vinger op de verschillende leesbrillen die gehanteerd worden en roept op om het boekje van Arie Zwiep - Tussen tekst en lezer - te gebruiken als aanzet voor een nieuw congres. Het zal goed zijn goed om de verschillen duidelijk op tafel te hebben. Wezenlijk is het hierbij om te ontdekken op welk punt de opvattingen over de kerkleer al uit elkaar gegaan en waarom.

vrijdag 22 november 2013

De predikant als werknemer

Op 19 november maakt het Nederlands Dagblad melding van het gegeven, dat de Protestantse Kerk gaat onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het besluit van het Georganiseerd Overleg Predikanten, dat betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden en het traktement van predikanten. 
Dat het mogelijk is, dat predikanten werknemers worden, lijkt mij niet zo'n moeilijke vraag. De mobiliteitspool van predikanten geeft hier al het antwoord op. De vraag is veel meer of het wenselijk is.

Het aardige is, dat de Protestantse Kerk in Nederland hier al een antwoord op heeft gegeven. Ten minste dit valt te lezen op de site domineeworden.nl. Hier staat het volgende: 




In deze tekst staat al een zeer belangrijk punt waarom een predikant geen werknemer moet zijn. Een predikant moet in vrijheid het ambt kunnen uitoefenen. Vanzelfsprekend afspraken maken met de kerkenraad, maar geen landelijke kerk of plaatselijke gemeente, die een predikant kan zeggen wat deze moet doen of niet, moet (s)preken of niet. Wat wat zouden (in de toekomst) de gevolgen kunnen zijn?

Als een predikant werknemer is, kan dan de landelijke kerk in overleg met de plaatselijke gemeente een predikant overplaatsen? Bijvoorbeeld omdat de predikant te 'lang' in de gemeente staat of er niet langer vruchtbaar kan werken volgens de kerkenraad?
Kan een predikant, die werknemer is, gedwongen worden om zaken te doen, die tegen zijn geweten in gaan? Bijvoorbeeld het trouwen van mensen van hetzelfde geslacht, het toelaten van kinderen tot het avondmaal, het bevestigen van vrouwen in het ambt, het leiden van een crematie, het zingen van andere liederen dan alleen de psalmen, het volgen van een leesrooster. Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken.
Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden.
Wie is trouwens de werkgever? De landelijke kerk. Maar wie of wat is de landelijke kerk. Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland?

Het zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden bij de vraag of een predikant werknemer moet worden. Maar het allerbelangrijkste is, dat we goed voor ogen hebben wat de reden is om dit eventueel te wijzigen. Arbeidsvoorwaarden en traktement. Moet geld, de mammon, de reden zijn om de vrijheid van het ambt op te geven? Het dunkt mij van niet. Wie de vrijheid van het ambt van predikant hoog heeft staan, die zal die te vuur en te zwaard verdedigen. Want de enige bij wie de predikant in dienst is, is de Heere, de God die hemel en aarde geschapen heeft en die de Vader is van de Zaligmaker Jezus Christus. Want een predikant is een verbi divini minister.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Hieronder staat de tekst van het opiniestuk uit het Reformatorisch Dagblad van 26 november 2013
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Predikant geen gewone werknemer


Er kleven de nodige haken en ogen aan de gedachte die leeft om predikant als werknemers in dienst te nemen, stelt ds. J. Holtslag.
Na maanden van vergaderen is op 12 november het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot een overeenkomst gekomen betreffende een tegemoetkoming van de kerk in de premies die de afzonderlijke predikanten betalen voor de Zorgverzekeringswet. De Bond van Nederlandse Predikanten is niet blij met het compromis, maar legt zich er bij neer. Zowel het moeizame overleg als de ontevredenheid over het compromis heeft het GOP tevens doen besluiten om te gaan onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen.
Een predikant binnen de PKN is op enkele uitzonderingen na geen werknemer. Het predikantschap is een vrij beroep. Iets dat moet blijven. Het is niet wenselijk om als predikant werknemer te zijn.
Mógelijk is het overigens wel. Het genoemde onderzoek zal dit aantonen. Ook zijn bij bijvoorbeeld de Doopsgezinde Kerk en de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika predikanten in dienst van de plaatselijke gemeente. Daar komt bij dat er vele ontwikkelingen binnen de PKN zijn die hiernaar toe lijken te werken. Verder is bij een arbeidsovereenkomst naast de materiële gezagsverhouding ook een meer formele gezagsverhouding toegestaan. Het kan dus. Maar wat kan is niet altijd wenselijk.
Allereerst stel ik dat het onjuist is dat het regelen van materiële zaken de reden is en/of de doorslag geeft om van een predikant een werknemer te maken. Het roept om een discussie over het ambt van predikant. Wanneer vanuit deze discussie zou blijken dat er geen bezwaar zou zijn, dan kan de materiële kant besproken worden. Maar het financiële mag niet voorop staan.
Is het wenselijk, dat een predikant werknemer is? Dit is het niet en laat ik beginnen bij een punt dat  op de PKN-site domineeworden.nl wordt genoemd. Hier staat dat de kerk het belangrijk vindt dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Deze vrijheid wordt gekoppeld aan preken, catechese en pastoraat.
Waar zit die vrijheid precies in? Met deze vrijheid wordt niet verwezen naar de vrijheid om zelf de agenda in te vullen. Al zal er vrijheid moeten zijn over de tijd die besteed wordt aan de preekvoorbereiding, huisbezoek, studie en dergelijke. Maar wanneer het over vrijheid gaat, dan is dit verbonden aan de positie die een predikant inneemt ten opzichte van de Heere God. Hij staat als verbi divini minister’ in dienst van de Heere. Hij zal zich moeten houden aan de taak die de Heere hem gegeven heeft en zal aan Hem verantwoording moeten afleggen.
Hierom moet een predikant de vrijheid hebben om het Woord van God te prediken, zonder dat iemand hem zegt wat en met welke woorden hij moet preken. Hierom zal hij de vrijheid moeten hebben om zelf het pastoraat te bepalen. Er kunnen namen worden doorgegeven, maar hij laat zich niet sturen. Hij moet daar pastoraat bedrijven, waar de Heere dat wil. Verder zal de predikant de vrijheid moeten hebben om geen zaken te doen die tegen zijn geweten ingaan en die hij op grond van Gods Woord niet kan uitvoeren.
Want kan een predikant als werknemer gedwongen worden om kinderen toe te laten tot het Heilig Avondmaal, een crematie te leiden, een leesrooster te volgen, mensen van hetzelfde geslacht te trouwen? Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden. Is dit wat we willen?
Wie is trouwens de werkgever? Als dit de kerkenraad is, dan liggen conflicten op de loer. Zeker wanneer de verhouding tussen predikant en kerkenraad niet optimaal is of wanneer de predikant niet in overeenstemming met de kerkenraad spreekt en handelt.  Welke gevolgen heeft dit voor het beroepingswerk en voor het predikantsgezin?
Ook de landelijke kerk zou de werkgever kunnen zijn. Maar wie of wat is de landelijke kerk? Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de PKN? Voor predikanten in algemene dienst geldt trouwens al dat zij geen kritiek mogen uiten op het beleid van de landelijke kerk.
In één van de reacties die ik op mijn blog hierover ontvangen heb, wordt een stichting van predikanten geopperd of een maatschap. Wanneer door de overheid voor het regelen van de arbeidsvoorwaarden het werknemerschap wordt geëist, dan is dit misschien een mogelijkheid. Maar niet voordat er in de kerk gesproken is over het ambt van predikant en de vrijheid die van Godswege hierbij hoort.
De auteur is hervormd predikant te Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland.

donderdag 7 november 2013

Ik zeg: Dank U wel

Preek gehouden op dankdag over Lukas 17:11-19

Wanneer jij bij een vriendje of vriendinnetje bent wezen spelen en het is tijd om naar huis te gaan, zeg jij dan: “Bedankt voor het spelen”? Of als je op een kinderfeestje bent geweest en je wordt thuisgebracht, zeg je dan tegen de vader of moeder van het klasgenootje: “Bedankt voor alles”? Of wanneer je iets van iemand krijgt. Bedank jij die persoon dan? Vandaag op deze dankdag voor gewas en arbeid willen wij daar eens aan denken. Denken aan danken, zodat we niet vergeten om te danken. Vooral natuurlijk om niet te vergeten de Heere God te bedanken.
Hiervoor gebruiken we een geschiedenis waarbij de Heere Jezus op weg is naar Jeruzalem. Tijdens Zijn reis komt Hij op een weg die tussen twee gebieden doorloopt. Tussen Samaria en Galilea. In Samaria wonen Samaritanen en in Galilea Joden. Twee groepen mensen die een hekel aan elkaar hebben. Waarom? Omdat ze anders geloven. Ze geloven allemaal in de Heere God, maar ze doen dat op een verschillende manier en daarom gaan ze niet met elkaar om.
Toch komen we vandaag een groep mannen tegen uit beide bevolkingsgroepen. Het zijn negen Joden en één Samaritaan. Zij trekken wel met elkaar op. Maar dat heeft een reden. Ze horen er namelijk alle tien niet bij. Ze zijn ziek. De ziekte die ze hebben heet melaatsheid. Dat is een besmettelijke huidziekte, waardoor ze niet onder de andere mensen in een dorp mogen wonen. Ze wonen daarom niet bij hun familie, maar in holen en grotten. Deze tien hebben elkaar opgezocht om zo samen met elkaar op te trekken.

Wanneer zij horen, dat Jezus een dorp willen binnengaan, komen zij te voorschijn en roepen zij tot Hem. Zij hebben blijkbaar gehoord, dat Jezus niet zomaar iemand is, maar dat Hij mensen beter kan maken. Ze roepen tot Jezus en zeggen: Meester, ontferm U over ons. Ze vragen of Jezus naar hen wil omkijken en hen wil genezen. Want als ze weer genezen zijn, dan kunnen ze weer naar huis en bij hun familie wonen.
Het lijkt alsof de Heere Jezus hen niet geneest. Hij zegt alleen, dat ze naar de priesters moeten gaan. Ze moeten zich aan de priesters laten zien. Waarom? Omdat de priesters iemand die melaats was gezond konden verklaren, wanneer die beter was geworden. Alleen zij zijn nog ziek, waarom zouden ze naar de priesters gaan? Toch doen ze het. Alleen maar om dat Jezus het zegt, gaan ze op weg om zich te laten zien aan de priesters. Zij vertrouwen Jezus op Zijn woord.
Als de tien op weg zijn gebeurt er een wonder. Al de tien mannen worden beter. De huidziekte verdwijnt en ze worden allemaal gezond. Dat is natuurlijk heel bijzonder. Dat is het mooiste en grootste cadeau wat ze maar konden krijgen. Precies wat ze ook graag wilden. Dan kun je wel voorstellen hoe blij ze geweest moeten zijn. Want als je heel erg ziek bent en je mag dan beter worden, dan kun je het geluk niet op.

Toch weten we van negen mannen eigenlijk niet of ze gelukkig zijn en hoe gelukkig ze zijn. Ze zijn weggegaan naar de priesters om zich te laten tonen. Ze zijn beter geworden, maar meer weten we niet van hen. Ze laten zich niet meer zien. Dat is wel vreemd. Vinden jullie ook niet? Ze vroegen aan de Heere Jezus of Hij naar hen wil omzien en hen wil genezen. Dan gebeurt het grote wonder van de genezing en vervolgens laten ze niets van hen horen. Ze komen niet terug om de Heere Jezus te bedanken. Zijn ze dan niet dankbaar?
Er is er één die wel terugkomt. Laat dit nu net die Samaritaan zijn. Degene die net iets anders gelooft, dan de Joden dat doen. Hij komt terug om de Heere Jezus te bedanken. En dan moet je opletten. Hij zegt niet alleen maar “Dank u wel”. Op de weg naar Jezus toe verheerlijkt hij God met luide stem en wanneer hij bij de Heere Jezus is, dan werpt hij zich voor de voeten van Jezus op de grond met het gezicht ter aarde en dankt Hem.
Deze man is erg dankbaar en hij laat dit ook overduidelijk merken. Hij bedankt de Heere Jezus en tegelijk bedankt Hij ook de Heere God. Deze Samaritaan weet, dat al het goede van God komt. Dus ook zijn genezing heeft Hij van de Heere God gekregen. En dan besef je natuurlijk wel, dat God verheerlijken meer is dan alleen dank je wel zeggen. Danken is zeggen: Dank u wel voor wat u geeft. Verheerlijken is zeggen: Dank U wel, dat U zo goed bent. De Samaritaan verheerlijkt God, omdat de Heere God zo goed is en dat hij dit heeft mogen ervaren.

En jij. Wanneer jij nooit iemand bedankt, wanneer je iets hebt gekregen, dan is de kans groot, dat jij de Heere God ook nooit bedankt en dat jij Hem ook niet verheerlijkt. Of denk je, dat jij nog nooit iets hebt gekregen waarvoor je iemand zou kunnen bedanken? Natuurlijk, denk jij dat niet, want je weet heel goed, dat je iedere dag heel veel dingen krijgt.
Veel van wat je krijgt ontvang je van de Heere God. Denk maar aan je eten en drinken of aan de mensen die voor je zorgen, je willen leren lezen en rekenen en jezelf ontdekken. De Heere God geeft ons ook mensen die van je houden en er voor je willen zijn. De Heere God doet dit, omdat Hij van jou houdt.
Het mooiste wat de Heere jou geeft is Zijn liefde door Zijn Zoon Jezus Christus. De Heere Jezus is op aarde gekomen om door Zijn sterven aan het kruis voor jou de weg naar de Heere God vrij te maken. Hij zorgt ervoor, dat jij eens in Gods Koninkrijk mag leven op een nieuwe aarde. Een aarde waar mensen niet melaats worden of andere ziektes krijgen en waar mensen niet dood gaan. Een wereld waar niemand gepest wordt of achtergesteld.
Dit alles is er nog niet. Maar wil jij net als de tien melaatsen op weg gaan met het vertrouwen, dat het eens zo zal worden? In het geloof dat de Heere Jezus de aarde zal reinigen van alles wat verkeerd is. Wil jij daar de Heere Jezus nu al voor danken en de Heere God daar nu al om verheerlijken? Doe het maar. Vertrouw Jezus maar op Zijn woord, bedank Hem alvast en verheerlijk God in jouw leven. Amen

maandag 28 oktober 2013

Iedereen ‘ontvrienden’ bij vertrek?

Verhuizing van predikant werpt vragen op over sociale media-contacten.

Een predikant bedrijft in principe geen pastoraat in de gemeente die hij of zij verlaten heeft. Dat uitgangspunt zullen alle predikanten onderschrijven. Een brief of e-mail van een oud-gemeentelid kon weleens dilemma’s oproepen: wel of niet reageren en zo ja, hoe diepgaand? De komst van sociale media roept nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld: wat te doen als iemand op Facebook meldt dat hij kanker heeft? Drie predikanten over hun dilemma’s en uitgangspunten.

De ene predikant heeft via Twitter, Facebook en LinkedIn bijkans een ‘tweede gemeente’, een ander doet er helemaal niets mee. Predikanten die wel actief zijn op sociale media, doen dat vaak vanwege de veelvuldige aanwezigheid van jongeren en jongvolwassenen op internet. Zij laten via sociale media zien wat hen bezighoudt. Dat geeft een breder beeld dan alleen ontmoetingen bij kerkdiensten, catechisatie of huisbezoek. Over de vraag wat je als predikant wel en niet van jezelf laat zien op internet, is al het nodige geschreven, bijvoorbeeld in de handreiking Beroepscode en gedragsregels (zie www.pkn.nl/predikanten> Rechtspositie). Minder vaak gaat het over de vraag: wat te doen als je de gemeente verlaat, wegens beroep of emeritaat? Alle oud-gemeenteleden op
Facebook ‘ontvrienden’ en op Twitter ‘ontvolgen’ of blokkeren? Die stap gaat velen te ver.

Zo ook ds. Coen Wessel, die een klein jaar geleden Heerenveen voor Hoofddorp verruilde. ‘De Facebookpagina van mijn oude gemeente heb ik meteen overgedragen, maar op mijn persoonlijke pagina heb ik niemand ontvriend. Ik heb zelfs na mijn afscheid nieuwe uitnodigingen gekregen van voormalige gemeenteleden. Die heb ik geaccepteerd, omdat dat is hoe ik als predikant in het leven sta: in principe is iedereen met goede bedoelingen welkom. Het is ingrijpend om na vele jaren afscheid te nemen van een gemeente. Ik vind het mooi om via sociale media op te hoogte te blijven. van hoe het met anderen gaat.’ Wessel heeft 45 Facebook-vrienden uit zijn oude gemeente. ‘Vijftien van hen waren aan mijn pastoraat toevertrouwd.’ Die pastorale relatie kan bij verhuizing naar een nieuwe gemeente dilemma’s opleveren.Bij een van Wessels Facebook-contacten slaat de medicatie tegen kanker niet meer aan. ‘Ik schrijf ongeveer eens per maand een kort bemoedigend bericht. Niet altijd openlijk, maar via een zogeheten ‘persoonlijk bericht’.’ Hij vindt niet dat hij een eventuele opvolger – die er in Heerenveen overigens nog niet is – daarmee voor de voeten loopt. ‘Zo’n bericht is een lichte vorm van contact. Dat concurreert niet met iemand die echt op bezoek komt.’ Wessel kiest ervoor om ‘oude’ Facebook-relaties niet bewust te ontvrienden, maar hij verwacht wel dat met een aantal van hen het contact gaandeweg zal afnemen. ‘Als je een hele tijd niet meer op elkaar reageert, verdwijnen mensen vanzelf uit je tijdlijn. Dat geeft een soort natuurlijk verloop. Tot die tijd biedt Facebook een lichte vorm van meeleven die ik plezierig vind.’

Ds. Rolinka Klein Kranenburg, predikant in Amersfoort, verliet haar eerste gemeente zes jaar geleden, nog voor ze actief werd op sociale media. ‘Sommige leden van die gemeente hebben mij na mijn vertrek gevonden op bijvoorbeeld Facebook. Ik merk dat ik hen iets makkelijker toelaat in mijn Facebook-netwerk dan leden van mijn huidige gemeente. Mijn Facebook-pagina is vrij persoonlijk. Er zijn mensen die het reuze interessant vinden wat de dominee allemaal doet, op een manier waar ik een beetje jeuk van krijg. Je voelt vaak wel aan uit welke hoek de belangstelling komt. Als ik een contactverzoek krijg van iemand uit mijn huidige gemeente bij wie ik een beetje twijfel over de bedoeling, dan laat ik zo iemand niet toe. Als ik daar een vraag over krijg, geef ik aan dat Facebook bij mijn privé-ruimte hoort, de veilige ruimte die ik als mens ook nodig heb en dat ik met het ene gemeentelid nu eenmaal een wat vriendschappelijker contact heb dan met het ander. Als je dat vriendelijk zegt, valt het wel goed.’ De situatie dat ze uit haar gemeente zou vertrekken, is op dit moment fictief, maar, zegt ze: ‘Er zijn altijd mensen die niet helemaal los van je komen, of het contact nu per brief of via sociale media gaat. Wat dat betreft maakt de komst van sociale media voor mij geen groot verschil. Je moet zelf de grens trekken. Het voelt gek om helemaal níet te reageren op een brief of mail waarin een heel verhaal staat. Ik probeer daar in een paar zinnen op te reageren, waarin ik meeleef, maar ook de boodschap geef dat ik helaas vanaf deze plaats niets meer kan betekenen. Bij een bericht van overlijden pleeg ik een enkele keer een telefoontje. ’Belangrijk is dat een predikant bij het afscheid duidelijk aangeeft dat de taken worden overgedragen aan een nieuwe predikant. ‘Dat zou kunnen betekenen dat je een aantal mensen ontvriendt op Facebook en dat bij je afscheid ook duidelijk aangeeft: ik haal jullie van mijn Facebook af, maar ik blijf bij jullie betrokken als volger van de Facebook-pagina van de gemeente. Ik weet nu nog niet precies hoe ik daarmee om zou gaan. Het kan ook zijn dat de schifting geleidelijk plaatsvindt, in de maanden en jaren na het vertrek.’

Facebook levert de meeste dilemma’s op, blijkt ook uit de woorden van ds. Rebecca Onderstal, predikant in Cothen en Wijk bij Duurstede. ‘Twitter en LinkedIn zijn vluchtiger, vrijblijvender, minder verbindend. Die kun je ook gebruiken voor eenrichtingverkeer. Bij Facebook verbind je je duidelijk aan elkaar.’ Evenals de andere beide predikanten zegt ds. Onderstal daarom ook dat er aan haar Twitter- en LinkedIn-contacten bij vertrek niets hoeft te veranderen. ‘Ik denk wel dat er aan de contacten op Facebook iets zou veranderen, want mijn Facebook-netwerk is heel lokaal.
Ik heb heel bewust een netwerk opgebouwd van mensen uit de omgeving. Niet alleen gemeenteleden, maar ook mensen die ik via school, vrijwilligerswerk of de sportclub ken. Dat is voor mij een manier om iets van mezelf te laten zien en om te weten wat er bij anderen speelt. Bij vertrek zou ik de meesten laten weten: ik verhuis en mijn Facebook-account verhuist mee. Dat zou dus betekenen dat ik de contacten die duidelijk aan de woonplaats gebonden zijn, zou afsluiten. Althans, zo denk ik er nu over. Het kan zijn dat ik, als het eenmaal zo ver is, toch een andere keuze maak. Ik wil daar  niet op voorhand een strakke keuze in maken.’ Het uitgangspunt om de opvolger niet voor de voeten te lopen, onderschrijft ook ds. Onderstal, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, benadrukt ze. ‘Als iemand uit mijn vorige gemeente contact met mij zou zoeken, zou ik proberen te verwijzen naar de nieuwe predikant. Maar je kunt niet altijd tegengaan dat mensen hun eigen pastor opzoeken. Ook bij kerkdiensten zie je dat gebeuren. Bij mij in de kerk zitten bijvoorbeeld weleens mensen die me via sociale media kennen. Je kunt mensen niet bij de deur weigeren omdat ze lid van een andere gemeente zijn. Dat ‘shoppen’ hoort nu eenmaal bij deze tijd, we zijn een netwerksamenleving geworden. Dat heeft zeker ook goede kanten, want soms kun je via sociale media even contact hebben met iemand van wie je wel bijna zeker weet dat die niet de eventuele eigen predikant zou opzoeken. Ook een kort, niet diepgaand contact kan soms toch veel betekenen voor iemand, al is het alleen op die ene avond dat diegene er even flink doorheen zat.’

Ds. Jan Holtslag en Berber Bijma
respectievelijk: predikant in Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland, en freelance journalist

Kerkinformatie . juli-augustus 2013
http://www.pkn.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/Kerkinformatie-216-juli-augustus-2013.pdf.pdf


vrijdag 18 oktober 2013

Orde in de orde van dienst

Wanneer ik een vraag krijg om ergens een kerkdienst te leiden, dan vraag ik even naar de gebruiken. Vraag krijg ik dan te horen, dat alles 'gewoon' verloopt. Maar wat is gewoon?

Op 11 december 1994 leidde ik voor het eerst een kerkdienst. Het was de avonddienst in de Oosterkerk in Groningen. Een dienst die uitging van de Hervormde Wijkgemeente Centrum-Oost. Nu Martiniwijkgemeente genoemd. Daar werd gebruik gemaakt van de NBG-vertaling 1951 en gezongen uit het Liedboek 1973. Tot en met 2004 was het klaarmaken van de orde van dienst eenvoudig. Ik preekte in gemeente waar uit de NBG-vertaling of de Statenvertaling werd gelezen en waar gezongen werd uit het liedboek of waar men de psalmen aanhief in de oude berijming. Eventueel met de gezangen uit de bundel 1938. In een geschrift en laten op de pc hield ik bij waar ik gepreekt had, wat de Schriftlezing was en wat gezongen was. Voor het laatste gebruikte ik de afkortingen ps en gez.
In die tijd was er een enkele gemeente waar het opletten was. Zo in Sebaldeburen. Men las uit de Statenvertaling en zong uit de Hervormde bundel 1938 en ook nog de nieuwe berijming van de psalmen. Voor die gemeente moest de orde van dienst even aangepast worden. Hier gebruikte ik de afkorting HB. Voor de rest van de gemeenten was alles behoorlijk overzichtelijk.
In 2004 kwamen daar gemeenten bij die lazen uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Toe kreeg ik preken die vanuit drie Bijbelvertalingen opgesteld waren. Tevens  kwam het vaker voor, dat er gezongen werd uit een andere bundel. Bijvoorbeeld Op Toonhoogte (OTH), Uit aller mond )UAM) of de Evangelische liedbundel (ELB). Het opstellen van de orde van dienst vergde iets meer tijd. Bij een dienst in een andere gemeente kon niet zomaar een preek uit de kast getrokken worden. Eerst goed kijken waaruit gelezen en gezongen wordt en dan de nodige aanpassingen. 
Bij de drie Bijbelvertalingen is er in 2011 weer één bij gekomen. De Herziene Statenvertaling (HSV). Zo kan ik een preek, die ik in eigen gemeente houdt vanuit de Herziene Statenvertalingen later houden in een gemeente waar gelezen wordt uit één van de andere drie vertalingen. De aanpassingen voor de liederen bleef toen gelijk.
Tot het nieuwe liedboek (NLB) zijn intrede doet en ook gemeente waar ik genodigd wordt om de dienst te leiden hier gebruik van gaan maken. Het begint langzamerhand een doolhof te worden en geeft een idee van u vraagt en wij draaien, waarbij een checklist wordt afgewerkt.

Uit welke vertaling leest u?
  • Herziene Statenvertaling
  • Statenvertaling
  • NBG'51
  • NBV
Wat wordt er in de dienst gezongen?
  • Psalmen oude berijming
  • Psalmen nieuwe berijming
  • Gezangen Hervormde bundel 1938
  • Gezangen Liedboek 1973
  • Op Toonhoogte
  • Uit Aller Mond
  • Evangelische Liedbundel
  • Opwekking
  • eigen bundel
  • Nieuwe Liedboek
Door de komst van de Herziene Statenvertaling had ik het idee, dat rechts-confessioneel en de linker helft van de Gereformeerde Bond dichter bij elkaar zouden komen wat betreft de orde van dienst. Maar langzaam vermoed ik dat de chaos alleen maar groter wordt. Het maakt, dat ik niet alleen bij moet houden wat ik waar gepreekt hebt, maar ook hoe in de verschillende gemeenten de orde van dienst is. Daarbij heeft de ene gemeente wel voorzang en soms twee en andere gemeenten niet. Wordt de collecte voor de preek, na het lied na de preek of na het dankgebed gehouden. Zegt de predikant na de zegen het amen of de gemeente of wordt er afgesloten met gezang 456:3. Uit het Liedboek 1973 wel te verstaan. 

Gelukkig gaat het bij ons gewoon. Dus niet.