vrijdag 1 februari 2013

Een Geestvervulde kerk

In oktober 2012 lanceerde ik de term Kerk 7.0. Ten diepste de kerk zoals deze zou moeten zijn en zoals deze zal zijn bij de wederkomst van Christus. Hierbij bedoel ik met kerk niet het instituut. Of misschien wel beter gezegd: de instituten. Onder kerk verstaan ik de gemeenschap van allen die geloven in Jezus Christus als gekruisigde en opgestane Heere en Heiland. De kerk is het lichaam waarvan Christus het Hoofd is. Het zij zij die geroepen zijn en de roepstem van de Heere Jezus niet alleen hebben gehoord, maar ook mochten beantwoorden.

Collega Jos Douma heeft de term Kerk 7.0 opgepikt en van een verdere uitwerking voorzien. (De toekomst is aan Kerk 7.0) In zijn blog vult hij de term kerk 7.0 op drie manieren in. Kerk 7.0 is een Geestvervulde kerk, een spirituele kerk en een Christusgelijkvormige kerk.
Een Geestvervulde kerk is een kerk waar mensen steeds weer bidden om de vervulling van de Geest en veel verwachting hebben van wat Hij aan het doen is. Een spirituele kerk is een kerk waar mensen op zoek zijn naar een spiritueel leven (in gebed, bijbellezing, meditatie etc.) en verlangen naar spirituele vorming omdat daarin de essentie van kerk zijn tot uitdrukking komt. Een Christusgelijkvormige kerk is een kerk waar Christusgelijkvormigheid en de groei daarin hoog op de agenda staat. Graag wil ik een begin maken met het verder uitwerking van deze drie punten. Als eerste dus, dat een kerk 7.0 een Geestvervulde kerk is

De Heilige Geest staat aan de basis van de kerk. Het fundament van de kerk is Christus. Zijn offer op Golgotha en Zijn overwinning op de dood, maakte het mogelijk, dat de kerk gebouwd kon worden. Het is de Pinkstergeest, die de kerk op het fundament gebouwd heeft door mensen te inspireren. Want de discipelen van de Heere Jezus werden daadwerkelijk enthousiast toen zij vervuld werden met de Geest. Laten we ons daarom richten op de pasgeboren kerk.
De discipelen van Jezus en een aantal andere mannen en vrouwen waren op de Pinksterdag bijeen., zoals ze dit gewoon waren vanaf de Hemelvaartsdag. Eensgezind volharden zij in het bidden en smeken.. Plotseling kwam er uit de hemel een geluid als een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Toen was alle vrees verdwenen en aan een ieder die het horen wilde werd het evangelie van Jezus Christus verkondigd.
Dat was bijzonder, want de mensen hoorden, dat zij Jezus gekruisigd hadden, die God tot een Heere en Christus gemaakt had. Dit raakten hen diep en zij vroegen wat zij moesten doen. Zij vreesden namelijk de toorn van God. Petrus mag dan het Evangelie verkondigen. Namelijk dat een ieder die zich bekeert en zich laat dopen in de Naam van Jezus Christus vergeving van zonden zal ontvangen en de gave van de Heilige Geest. Het Evangelie van Jezus Christus is dus genade. Niet vanzelf. Wel voor wie zich bekeert en zich wil verbinden aan de Heere Jezus Christus. Die dag kwamen er drieduizend mensen tot geloof. Zij werden gedoopt en wij mogen geloven, dat zij de gave van de heilige Geest ontvangen hebben. De kerk is hiermee geboren.

Wanneer de kerk dan bestaat uit mensen die gehoor gegeven hebben aan het Evangelie van Jezus Christus, dan geldt dit vandaag nog steeds. Maar dit betekent ook, dat wie tot de kerk van Christus behoort ook de gave van de Geest ontvangen heeft. Wie zich daadwerkelijk verbonden heeft aan de Heere Jezus is vervult met de Geest en vormt samen met alle andere broeders en zuster in het geloof de kerk. Een kerk dus die vervuld is met de Geest. Dat dat grote gevolgen heeft, mag duidelijk zijn. Daarover later meer.