maandag 22 juli 2013

Is de predikant actief op de sociale media tijdens de vakantie?

Wie op vakantie gaat, kan daarvoor verschillende doelen hebben. Ontspanning. De accu opladen. Tijd voor het gezin. Steden en/of natuurgebieden bezoeken. Mogelijk staat jouw doel er tussen, maar er zijn nog vele andere doelen te bedenken. Vakantie is in ieder geval er even helemaal tussen uit en loskomen van de dagelijkse beslommeringen. 

Tijdens de vakantie was voorheen het contact met thuis alleen een telefoontje, dat het vakantieaders veilig bereikt was en verder door een ansichtkaart. Dit had nadelen, omdat thuisblijvers in noodsituaties niet altijd in staat waren om de vakantiegangers op te sporen. Bekend zijn de meldingen van de ANWB op de Wereldomroep. Wat is er veel ten positieve gekeerd, toen de mobiele telefoon de intrede deed. Thuisblijvers zaten niet langer met de handen in het haar, maar hadden direct contact.
Nu is door de ontwikkeling van de mobiele telefoon tot smartphone dit contact behoorlijk uitgebreid. Want via Facebook kunnen de thuisblijvers precies zien, waar de vakantie doorgebracht wordt en wat er allemaal gedaan wordt. Het nadeel is, dat na de vakantie niets meer verteld hoeft te worden, want alles is bekend. Andersom geldt dit ook. Wie op vakantie is kan precies bijhouden wat de Facebook vrienden beleven.

Wie als predikant om Facebook actief is, die heeft met al deze zaken te maken. De vakantiekiekjes die zelf op Facebook gepost worden zijn door de gemeenteleden te lezen en tegelijk kan tijdens de vakantie gelezen worden, wat gemeenteleden meemaken. Bij beide zaken wil ik een vraagteken zetten. Is het verstandig om als predikant tijdens de vakantie gebruik te maken van de sociale media?
Wat betreft het eerste punt moet ik denken aan de vele collega's, die de pastorie ervaren als een glazenhuis. Voor wie dit zo beleeft, is het geweldig om enkele weken elders te vertoeven. Is het dan wel verstandig om alles te posten. Het lijkt me niet. Als de pastorie al een glazenhuis is, dan hoeven de gemeenteleden toch niet de vakantiefoto's te zien? Hooguit voor goede vrienden buiten de eigen gemeente zou er gepost kunnen worden

Het tweede punt zou ik ook af willen raden. Wie als predikant de Facebook berichten leest van gemeenteleden, komt niet los van de gemeente. Dit geldt helemaal wanneer er berichten gelezen worden over ziekte, sterfgevallen of andere tegenslagen die mensen te verwerken kunnen krijgen. Het kan dan wel blijk geven betrokkenheid en het zal positief ervaren worden, wanneer de predikant tijdens de vakantie iets van zich laat horen, maar het draagt niet bij aan het doel van de vakantie. Er even helemaal tussenuit en loskomen van de dagelijkse beslommeringen.

Verder zou het zo maar kunnen voorkomen, dat gemeenteleden contact zoeken of de dominee toch niet de begrafenis wil leiden. Zou hij niet een dag eerder thuis kunnen komen? Zou alles niet via persoonlijke berichten doorgesproken kunnen worden? Het is waarschijnlijk een retorische vraag of dit alles ten goede is voor de predikant, die tijdens de zomerperiode los wil komen van alles en de accu weer op wil laden voor een nieuw winterseizoen. Op deze wijze biedt de sociale media niet de vrijheid die het proclameert te bieden, maar kan het verbonden zijn worden tot een beklemming.

maandag 15 juli 2013

Afscheid nemen 2.0

Partir, c'est mourir un peu. Dit Franse spreekwoord verwoord mooi hoe afscheid nemen beleeft kan worden. Afscheid nemen is niet het einde, maar toch wel een beetje sterven. Vooral wanneer het een afscheid is voor langere tijd of misschien wel voor altijd. Dit laatste ervaren we rondom het sterfbed. Wanneer het einde van het aardse leven van een geliefde in zicht komt, dan is afscheid nemen daadwerkelijk een beetje sterven. Want ook in hen die achterblijven, gaat er iets dood. Herken je dit?

Nu is afscheid nemen voor iedereen gelijk. In feite kunnen we niet spreken van een christelijk afscheid. Of toch wel. Kunnen en mogen christenen op een andere manier afscheid nemen? Rond het sterfbed is dit zeker het geval. Want, wanneer iemand ons in Christus ontvalt, dan mag er de troost zijn, dat de Heere dwars door de dood toegang verleent tot het eeuwige leven in Gods Koninkrijk. En anderszins. Ook bij ieder ander afscheid mag het anders wezen. Dit mogen we ontdekken bij het afscheid dat Paulus neemt van de ouderlingen uit Efeze en de christenen uit Tyrus. Mensen van wie hij afscheid moest nemen en waarvan hij wist, dat hij hen niet weer zou zien.

Wanneer Paulus in Milete afscheid neemt van de ouderlingen uit Efeze, dan lezen we in Handelingen 20 vers 36, dat hij neerknielde en bad met hen allen. Wanneer hij niet veel later afscheid neemt van de christenen uit Tyrus, dan lezen we iets soortgelijks. In hoofdstuk 21 vers 5 staat, dat zij samen met hun vrouwen en kinderen Paulus begeleidden tot buiten de stad en daar knielden ze en gingen ze in gebed.

Gebed is een middel waar christenen gebruik van mogen maken bij het afscheid. En wat is dat een mooi middel. Samen de knieën op de grond plaatsen en elkaar in gebed op te dragen bij God. Het is de troost, dat bij het loslaten van elkaar het besef er mag zijn, dat de Heere allen vast zal houden. 

Wat is dat een heerlijk iets om te mogen weten. Bijvoorbeeld als ouders hun kinderen los moeten laten, omdat ze op vakantie gaan of op kamers gaan wonen of om andere redenen het ouderlijk huis verlaten. Het is een afscheid in verbondenheid met de Heere God, die geen van de schapen van Zijn kudde los zal laten. Want door het gebed geven we aan, dat we elkaar wel moeten loslaten, maar dat we er volkomen op vertrouwen, dat de Heere het werk van Zijn handen niet zal loslaten. Dat is niet gewoon afscheid nemen. Dat is meer. Dat is afscheid nemen 2.0.

Wat is het goed wanneer we niet vervallen in het gewone alledaagse afscheid nemen. Maar bewust zijn, dat een christen dieper en intenser afscheid mag nemen. Laten wij deze mogelijkheid niet vergeten en onbenut laten. De hand drukken. Een kus geven. Het is allemaal mooi. Maar hier bovenuit gaat het gebed met en voor elkaar.

maandag 1 juli 2013

I jumped to conclusions

Communicatie is en blijft iets moeilijks. Hoe vaak wordt een ander niet verkeerd begrepen. Soms alleen al doordat iemand een ander taalveld gebruikt. Ook gevoelens maken dat woorden niet juist overkomen. Iemand kan zo met iets bezig zijn en hierdoor geraakt zijn, dat woorden niet goed gehoord of gelezen worden en vervolgens verkeerd geïnterpreteerd worden. De reactie op wat gezegd of gelezen is, is dan ook vaak fel en niet juist. Zelf mocht ik dit onlangs weer ervaren, nadat ik de volgende tweet de wereld had ingezonden.



Op deze tweet kreeg ik de reactie, dat ik beter kan adviseren te vaccineren volgens advies RIVM. Verder werd er gezegd: "U brengt mijn kind in gevaar en dat neem ik u erg kwalijk." Ik was enigszins verbaasd, want hoe kan een gebed een kind in gevaar brengen? Na een paar tweets over en weer, waarin ik onder andere uitlegde, dat in de gemeente waar ik de dienst leidde vaccineren gewoon is, kreeg ik tenslotte de volgende opmerking: "I jumped to conclusions. Mijn excuses." 
Dit is een opmerking die mij verheugt, omdat de persoon in kwestie door had, dat er te snel niet onderbouwde conclusie getrokken waren op grond van mijn tweet en excuses op zijn plaats waren, opdat deze persoon mij ergens foutief van beschuldigde. Helaas maak ik het geven van excuses niet vaak me. Mensen denken eerst in hun gelijk te staan en wanneer blijkt, dat dit niet klopt, volgt er niets. Dat is spijtig. Dit vind ik ook erger, dat het te snel trekken van conclusies. Want we zijn en blijven mensen en door allerlei oorzaken kan het voorkomen, dat woorden anders door ons ontvangen worden, dan bedoeld. Wanneer één en ander dan uitgelegd is, dan is het niet meer dan logisch om excuses te maken.
Aan de andere kant is het ook goed om begrip te hebben en te realiseren, dat woorden niet altijd overkomen zoals bedoeld. Helder formuleren is belangrijk en tegelijk accepteren, dat iemand door allerlei oorzaken te snel conclusies kan trekken.