vrijdag 22 november 2013

De predikant als werknemer

Op 19 november maakt het Nederlands Dagblad melding van het gegeven, dat de Protestantse Kerk gaat onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het besluit van het Georganiseerd Overleg Predikanten, dat betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden en het traktement van predikanten. 
Dat het mogelijk is, dat predikanten werknemers worden, lijkt mij niet zo'n moeilijke vraag. De mobiliteitspool van predikanten geeft hier al het antwoord op. De vraag is veel meer of het wenselijk is.

Het aardige is, dat de Protestantse Kerk in Nederland hier al een antwoord op heeft gegeven. Ten minste dit valt te lezen op de site domineeworden.nl. Hier staat het volgende: 




In deze tekst staat al een zeer belangrijk punt waarom een predikant geen werknemer moet zijn. Een predikant moet in vrijheid het ambt kunnen uitoefenen. Vanzelfsprekend afspraken maken met de kerkenraad, maar geen landelijke kerk of plaatselijke gemeente, die een predikant kan zeggen wat deze moet doen of niet, moet (s)preken of niet. Wat wat zouden (in de toekomst) de gevolgen kunnen zijn?

Als een predikant werknemer is, kan dan de landelijke kerk in overleg met de plaatselijke gemeente een predikant overplaatsen? Bijvoorbeeld omdat de predikant te 'lang' in de gemeente staat of er niet langer vruchtbaar kan werken volgens de kerkenraad?
Kan een predikant, die werknemer is, gedwongen worden om zaken te doen, die tegen zijn geweten in gaan? Bijvoorbeeld het trouwen van mensen van hetzelfde geslacht, het toelaten van kinderen tot het avondmaal, het bevestigen van vrouwen in het ambt, het leiden van een crematie, het zingen van andere liederen dan alleen de psalmen, het volgen van een leesrooster. Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken.
Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden.
Wie is trouwens de werkgever? De landelijke kerk. Maar wie of wat is de landelijke kerk. Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland?

Het zijn allemaal vragen die gesteld kunnen worden bij de vraag of een predikant werknemer moet worden. Maar het allerbelangrijkste is, dat we goed voor ogen hebben wat de reden is om dit eventueel te wijzigen. Arbeidsvoorwaarden en traktement. Moet geld, de mammon, de reden zijn om de vrijheid van het ambt op te geven? Het dunkt mij van niet. Wie de vrijheid van het ambt van predikant hoog heeft staan, die zal die te vuur en te zwaard verdedigen. Want de enige bij wie de predikant in dienst is, is de Heere, de God die hemel en aarde geschapen heeft en die de Vader is van de Zaligmaker Jezus Christus. Want een predikant is een verbi divini minister.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Hieronder staat de tekst van het opiniestuk uit het Reformatorisch Dagblad van 26 november 2013
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Predikant geen gewone werknemer


Er kleven de nodige haken en ogen aan de gedachte die leeft om predikant als werknemers in dienst te nemen, stelt ds. J. Holtslag.
Na maanden van vergaderen is op 12 november het Georganiseerd Overleg Predikanten (GOP) binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) tot een overeenkomst gekomen betreffende een tegemoetkoming van de kerk in de premies die de afzonderlijke predikanten betalen voor de Zorgverzekeringswet. De Bond van Nederlandse Predikanten is niet blij met het compromis, maar legt zich er bij neer. Zowel het moeizame overleg als de ontevredenheid over het compromis heeft het GOP tevens doen besluiten om te gaan onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is predikanten als werknemers in dienst te nemen.
Een predikant binnen de PKN is op enkele uitzonderingen na geen werknemer. Het predikantschap is een vrij beroep. Iets dat moet blijven. Het is niet wenselijk om als predikant werknemer te zijn.
Mógelijk is het overigens wel. Het genoemde onderzoek zal dit aantonen. Ook zijn bij bijvoorbeeld de Doopsgezinde Kerk en de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika predikanten in dienst van de plaatselijke gemeente. Daar komt bij dat er vele ontwikkelingen binnen de PKN zijn die hiernaar toe lijken te werken. Verder is bij een arbeidsovereenkomst naast de materiële gezagsverhouding ook een meer formele gezagsverhouding toegestaan. Het kan dus. Maar wat kan is niet altijd wenselijk.
Allereerst stel ik dat het onjuist is dat het regelen van materiële zaken de reden is en/of de doorslag geeft om van een predikant een werknemer te maken. Het roept om een discussie over het ambt van predikant. Wanneer vanuit deze discussie zou blijken dat er geen bezwaar zou zijn, dan kan de materiële kant besproken worden. Maar het financiële mag niet voorop staan.
Is het wenselijk, dat een predikant werknemer is? Dit is het niet en laat ik beginnen bij een punt dat  op de PKN-site domineeworden.nl wordt genoemd. Hier staat dat de kerk het belangrijk vindt dat predikanten in vrijheid hun ambt kunnen uitoefenen. Deze vrijheid wordt gekoppeld aan preken, catechese en pastoraat.
Waar zit die vrijheid precies in? Met deze vrijheid wordt niet verwezen naar de vrijheid om zelf de agenda in te vullen. Al zal er vrijheid moeten zijn over de tijd die besteed wordt aan de preekvoorbereiding, huisbezoek, studie en dergelijke. Maar wanneer het over vrijheid gaat, dan is dit verbonden aan de positie die een predikant inneemt ten opzichte van de Heere God. Hij staat als verbi divini minister’ in dienst van de Heere. Hij zal zich moeten houden aan de taak die de Heere hem gegeven heeft en zal aan Hem verantwoording moeten afleggen.
Hierom moet een predikant de vrijheid hebben om het Woord van God te prediken, zonder dat iemand hem zegt wat en met welke woorden hij moet preken. Hierom zal hij de vrijheid moeten hebben om zelf het pastoraat te bepalen. Er kunnen namen worden doorgegeven, maar hij laat zich niet sturen. Hij moet daar pastoraat bedrijven, waar de Heere dat wil. Verder zal de predikant de vrijheid moeten hebben om geen zaken te doen die tegen zijn geweten ingaan en die hij op grond van Gods Woord niet kan uitvoeren.
Want kan een predikant als werknemer gedwongen worden om kinderen toe te laten tot het Heilig Avondmaal, een crematie te leiden, een leesrooster te volgen, mensen van hetzelfde geslacht te trouwen? Zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Het zijn voorbeelden waarvan ik niet vermoed, dat die direct zullen spelen, maar de mogelijkheid ligt er wel. Want een werknemer zal naar de werkgever moeten luisteren en anders kan ontslag volgen en hiermee uit het ambt van predikant gezet worden. Is dit wat we willen?
Wie is trouwens de werkgever? Als dit de kerkenraad is, dan liggen conflicten op de loer. Zeker wanneer de verhouding tussen predikant en kerkenraad niet optimaal is of wanneer de predikant niet in overeenstemming met de kerkenraad spreekt en handelt.  Welke gevolgen heeft dit voor het beroepingswerk en voor het predikantsgezin?
Ook de landelijke kerk zou de werkgever kunnen zijn. Maar wie of wat is de landelijke kerk? Is dit de synode of de directeur van de landelijke dienstenorganisatie van de PKN? Voor predikanten in algemene dienst geldt trouwens al dat zij geen kritiek mogen uiten op het beleid van de landelijke kerk.
In één van de reacties die ik op mijn blog hierover ontvangen heb, wordt een stichting van predikanten geopperd of een maatschap. Wanneer door de overheid voor het regelen van de arbeidsvoorwaarden het werknemerschap wordt geëist, dan is dit misschien een mogelijkheid. Maar niet voordat er in de kerk gesproken is over het ambt van predikant en de vrijheid die van Godswege hierbij hoort.
De auteur is hervormd predikant te Giessen-Nieuwkerk en Neder-Slingeland.

donderdag 7 november 2013

Ik zeg: Dank U wel

Preek gehouden op dankdag over Lukas 17:11-19

Wanneer jij bij een vriendje of vriendinnetje bent wezen spelen en het is tijd om naar huis te gaan, zeg jij dan: “Bedankt voor het spelen”? Of als je op een kinderfeestje bent geweest en je wordt thuisgebracht, zeg je dan tegen de vader of moeder van het klasgenootje: “Bedankt voor alles”? Of wanneer je iets van iemand krijgt. Bedank jij die persoon dan? Vandaag op deze dankdag voor gewas en arbeid willen wij daar eens aan denken. Denken aan danken, zodat we niet vergeten om te danken. Vooral natuurlijk om niet te vergeten de Heere God te bedanken.
Hiervoor gebruiken we een geschiedenis waarbij de Heere Jezus op weg is naar Jeruzalem. Tijdens Zijn reis komt Hij op een weg die tussen twee gebieden doorloopt. Tussen Samaria en Galilea. In Samaria wonen Samaritanen en in Galilea Joden. Twee groepen mensen die een hekel aan elkaar hebben. Waarom? Omdat ze anders geloven. Ze geloven allemaal in de Heere God, maar ze doen dat op een verschillende manier en daarom gaan ze niet met elkaar om.
Toch komen we vandaag een groep mannen tegen uit beide bevolkingsgroepen. Het zijn negen Joden en één Samaritaan. Zij trekken wel met elkaar op. Maar dat heeft een reden. Ze horen er namelijk alle tien niet bij. Ze zijn ziek. De ziekte die ze hebben heet melaatsheid. Dat is een besmettelijke huidziekte, waardoor ze niet onder de andere mensen in een dorp mogen wonen. Ze wonen daarom niet bij hun familie, maar in holen en grotten. Deze tien hebben elkaar opgezocht om zo samen met elkaar op te trekken.

Wanneer zij horen, dat Jezus een dorp willen binnengaan, komen zij te voorschijn en roepen zij tot Hem. Zij hebben blijkbaar gehoord, dat Jezus niet zomaar iemand is, maar dat Hij mensen beter kan maken. Ze roepen tot Jezus en zeggen: Meester, ontferm U over ons. Ze vragen of Jezus naar hen wil omkijken en hen wil genezen. Want als ze weer genezen zijn, dan kunnen ze weer naar huis en bij hun familie wonen.
Het lijkt alsof de Heere Jezus hen niet geneest. Hij zegt alleen, dat ze naar de priesters moeten gaan. Ze moeten zich aan de priesters laten zien. Waarom? Omdat de priesters iemand die melaats was gezond konden verklaren, wanneer die beter was geworden. Alleen zij zijn nog ziek, waarom zouden ze naar de priesters gaan? Toch doen ze het. Alleen maar om dat Jezus het zegt, gaan ze op weg om zich te laten zien aan de priesters. Zij vertrouwen Jezus op Zijn woord.
Als de tien op weg zijn gebeurt er een wonder. Al de tien mannen worden beter. De huidziekte verdwijnt en ze worden allemaal gezond. Dat is natuurlijk heel bijzonder. Dat is het mooiste en grootste cadeau wat ze maar konden krijgen. Precies wat ze ook graag wilden. Dan kun je wel voorstellen hoe blij ze geweest moeten zijn. Want als je heel erg ziek bent en je mag dan beter worden, dan kun je het geluk niet op.

Toch weten we van negen mannen eigenlijk niet of ze gelukkig zijn en hoe gelukkig ze zijn. Ze zijn weggegaan naar de priesters om zich te laten tonen. Ze zijn beter geworden, maar meer weten we niet van hen. Ze laten zich niet meer zien. Dat is wel vreemd. Vinden jullie ook niet? Ze vroegen aan de Heere Jezus of Hij naar hen wil omzien en hen wil genezen. Dan gebeurt het grote wonder van de genezing en vervolgens laten ze niets van hen horen. Ze komen niet terug om de Heere Jezus te bedanken. Zijn ze dan niet dankbaar?
Er is er één die wel terugkomt. Laat dit nu net die Samaritaan zijn. Degene die net iets anders gelooft, dan de Joden dat doen. Hij komt terug om de Heere Jezus te bedanken. En dan moet je opletten. Hij zegt niet alleen maar “Dank u wel”. Op de weg naar Jezus toe verheerlijkt hij God met luide stem en wanneer hij bij de Heere Jezus is, dan werpt hij zich voor de voeten van Jezus op de grond met het gezicht ter aarde en dankt Hem.
Deze man is erg dankbaar en hij laat dit ook overduidelijk merken. Hij bedankt de Heere Jezus en tegelijk bedankt Hij ook de Heere God. Deze Samaritaan weet, dat al het goede van God komt. Dus ook zijn genezing heeft Hij van de Heere God gekregen. En dan besef je natuurlijk wel, dat God verheerlijken meer is dan alleen dank je wel zeggen. Danken is zeggen: Dank u wel voor wat u geeft. Verheerlijken is zeggen: Dank U wel, dat U zo goed bent. De Samaritaan verheerlijkt God, omdat de Heere God zo goed is en dat hij dit heeft mogen ervaren.

En jij. Wanneer jij nooit iemand bedankt, wanneer je iets hebt gekregen, dan is de kans groot, dat jij de Heere God ook nooit bedankt en dat jij Hem ook niet verheerlijkt. Of denk je, dat jij nog nooit iets hebt gekregen waarvoor je iemand zou kunnen bedanken? Natuurlijk, denk jij dat niet, want je weet heel goed, dat je iedere dag heel veel dingen krijgt.
Veel van wat je krijgt ontvang je van de Heere God. Denk maar aan je eten en drinken of aan de mensen die voor je zorgen, je willen leren lezen en rekenen en jezelf ontdekken. De Heere God geeft ons ook mensen die van je houden en er voor je willen zijn. De Heere God doet dit, omdat Hij van jou houdt.
Het mooiste wat de Heere jou geeft is Zijn liefde door Zijn Zoon Jezus Christus. De Heere Jezus is op aarde gekomen om door Zijn sterven aan het kruis voor jou de weg naar de Heere God vrij te maken. Hij zorgt ervoor, dat jij eens in Gods Koninkrijk mag leven op een nieuwe aarde. Een aarde waar mensen niet melaats worden of andere ziektes krijgen en waar mensen niet dood gaan. Een wereld waar niemand gepest wordt of achtergesteld.
Dit alles is er nog niet. Maar wil jij net als de tien melaatsen op weg gaan met het vertrouwen, dat het eens zo zal worden? In het geloof dat de Heere Jezus de aarde zal reinigen van alles wat verkeerd is. Wil jij daar de Heere Jezus nu al voor danken en de Heere God daar nu al om verheerlijken? Doe het maar. Vertrouw Jezus maar op Zijn woord, bedank Hem alvast en verheerlijk God in jouw leven. Amen