maandag 17 maart 2014

De geschiedenis duiden


Onlangs kwam naar voren, dat steeds minder de geschiedenis geduid wordt in het licht van Gods handelen. (Zie Reformatorisch Dagblad Is het voor ons niet zichtbaar of is er geen handelen van God te ontdekken? Wanneer gesproken wordt over Gods handelen in de geschiedenis, dan gaat men ver terug in de tijd en wordt bijvoorbeeld 1948 genoemd, de stichting van de staat Israƫl, of de Slag bij Waterloo en verder niet zoveel. Toch wordt met psalm 111:5 in de nieuwe berijming beleden: Heilig en zeer te duchten is Zijn naam in de geschiedenis.


Blijkbaar kunnen, durven of willen we niet langer Gods handelen in deze wereld te benoemen. Al werd dit onlangs door ds. Van Andel van de Hersteld Hervormde gemeente van Montfoort wel gedaan. Hij vond de gewelddadige dood van Els Borst, die hij de engel des doods noemde, geen toeval.



Eerder werd gemakkelijker verwezen naar het handelen van de Heere God. Bijvoorbeeld door de Nederlandse Hervormde Kerk gedurende de Tweede Wereldoorlog. In het begin van de oorlog is er een brief uitgegaan naar de plaatselijke gemeenten waar in geschreven staat: "Dat wij ons verootmoedigen onder de tuchtiging des Heeren, gelijk wij alles geven in de hand van den heilige God, die recht doet aan Zijn welbehagen. Daarom predike de Kerk bekeering tot God en toekeering tot den naaste".

De bezetting en onderdrukking door de Duitsers werd gezien als tuchtiging en een oproep tot bekering. Let wel dat hiermee de bezetting en de onderdrukking niet gelegitimeerd werd. Dit blijkt onder andere uit het verdere optreden van de landelijke kerk.



Dat tegenwoordig minder snel en gemakkelijk iets geduid wordt als Gods handelen kan ook komen door vrees voor de reacties die volgen. Deze reacties kwamen ook na de woorden van ds. Van Andel. Onder andere uit de mond van de humanist Alexander Pechthold. Hij vond de woorden weinig spreken van naastenliefde en kreeg het idee, dat de moord gelegitimeerd wordt. Los van de opvatting over de woorden van ds. Van Andel is dit laatste een sterk staaltje van politieke retoriek. Natuurlijk wordt moord door een predikant niet gelegitimeerd. Iedere zondag wordt dit ook bevestigd door de lezing van de Tien geboden. Een lezing die vaak afgesloten wordt met het geven van de samenvatting van de wet. In het tweede gebod, dat aan het eerste gelijk is, wordt de naastenliefde genoemd. Dit is iedere christen bekend, zodat niet alleen moord niet gelegitimeerd wordt, maar ook het vermoord worden niet gewenst wordt. Dat gaat tegen Gods geboden in.

Hoe heeft de predikant dit dan kunnen, durven en willen zeggen? Ik vermoed omdat hij het frappant vond dat zij die tijdens haar leven streed voor een zachte dood (euthanasie) zelf door geweld om het leven kwam. Is dat toeval? Het is in ieder geval opmerkelijk. Al had ik persoonlijk liever gezien, dat zij niet iemand tegen kwam die haar doodde, maar dat zij iemand ontmoet had die haar de weg des levens bekend had gemaakt. Al denk ik dat zij het Evangelie van Jezus Christus wel kende. Zij heeft, voor zover bekend, er alleen geen gehoor aan gegeven. Dat is spijtig. Waardoor zij voor Gods troon heeft moeten verantwoorden wat zij in het vlees verricht heeft.


Dit moeten verantwoorden van de daden is een oproep tot heel het Nederlandse volk op om zich te bekeren tot de Heere God die levenden en doden zal oordelen en om het heil buiten zichzelf te zoeken in Jezus Christus. Want als er een God is, dan is er ook goddelijke gerechtigheid.

Alles overziend maken de woorden van ds. Van Andel zichtbaar dat het duiden van de geschiedenis snel een oordeel in zich herbergt en dat wie de geschiedenis wil duiden niet langer zonder meer de instemming heeft van het Nederlands volk. Al kan natuurlijk terecht opgemerkt worden of dit nodig is. Dat Gods hand in de geschiedenis zichtbaar gemaakt wordt, kan zeker goed zijn. Het maakt geloven meer concreet. Alleen is de wijze waarop wel van belang. Niet oordelend en zeker met instemming van meerdere mensen.

Maar wie kan, durft en wil dit doen? Want waarop berust dit duiden? Is het voldoende wanneer iets opmerkelijk is of moet er meer zijn? Wat is vervolgens dan dit meer. Misschien wil, kan en durft iemand hier een proefschrift aan te wijden.