vrijdag 4 december 2015

Imagine

Imagine van John Lennon staat op nummer 1 in de Top2000 op NPO Radio 2.Vooral na de aanslagen in Parijs is het een nummer dat velen tot de verbeelding spreekt. Ik kan er niets mee. Begrijp ook niet waarom het gedraaid wordt in een top2000-kerkdienst.

Al bij de eerste regel van het lied haak ik af. "Imagine there's no heaven". Wanneer ik me inbeeld dat er geen hemel is, dan houd ik alleen de aarde over en daar word ik niet blij van. Alle ellende op aarde. Het is vreselijk hoe mensen andere mensen behandelen. De aanslagen op 13 november in Parijs zijn maar een klein stukje van een enorme lijst aan leed dat mensen elkaar aan doen. Ik beeld me liever in dat deze aarde niet meer bestond, dan dat er geen hemel is. Want de reden om in te beelden dat er geen hemel is, is de gedachte dat er geen God is. Maar wat ben ik blij en dankbaar dat er een God in de hemel is. Een God die niet alleen alles geschapen heeft, maar die ook omziet naar de arme, de wees, de weduwe en de vreemdeling. Een God die niet alleen de wereld in stand houdt, maar ook een ieder oordeelt naar zijn werken.

Het klinkt misschien vreemd, maar dat oordeel geeft mij troost. Het geeft mij de zekerheid dat de daders van zelfmoordaanslagen in Parijs of elders in de wereld niet er ongestraft mee weg komen. Zij zullen verantwoording moeten afleggen en God zal hen straffen.
Hoe en op welke manier kan ik niet zeggen. Hoe de hel er uit ziet weet ik ook niet. Voor sommige mensen is het leven op aarde een hel en hun leven geeft misschien een richting. Maar ik hoef niet te weten hoe de hel er uit ziet of hoe God mensen oordeelt en straft. Het troost dat verschrikkelijke daden niet ongestraft blijven, wanneer daders sterven of aan justitie ontkomen.

Het eerste couplet van Imagine eindigt met de woorden: "Imagine all the people living for today". Het zijn woorden die lijken aan te sluiten op woorden uit de Bijbel. In Mattheüs 6: 34 staat: "Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad". Maar de intentie is anders. De Bijbelse woorden roepen op om in vertrouwen op God te leven. Hij zal zorgen. De woorden van Joh Lennon roepen op om vandaag volop te leven en te genieten en niet aan morgen te denken. Ze zijn gebaseerd op carpe diem. Nu is er niets mis met genieten, maar hopelijk wel coram Deo. Voor Gods aangezicht.

Nu keur ik niet het hele lied af. Ik hoop op en wil werken aan een wereld waar 'no need of greed and hunger' is en waar mensen over de hele wereld delen. Dat er geen reden is om te moorden en te doden. Dat mensen in vrede leven.
Tegelijk besef ik dat dit toekomstbeeld niet van de mens verwacht kan en mag worden. De mens is geen heilige. We hebben onze gebreken en tekortkomingen. Begeerte en jaloezie komen in ieders hart voor. Het streven naar eigen gelijk en macht zit in de mens. Zo zijn er tal van zaken te noemen die het leven in vrede onmogelijk maken.

Behalve wanneer er vanuit de hemel ingegrepen wordt. Doordat God mens wordt, de zonde van de mens op zich neemt en de mens verlost van zonde en dood. Gelukkig is dit geen verbeelding. In Jezus is dit werkelijkheid geworden. God werd mens en Jezus nam de zonde van de wereld op zich. Hij droeg de straf voor de zonde aan het kruis en stierf in onze plaats. Hij heeft dit alles volbracht opdat wij vergeving van zonden zouden ontvangen en gered worden. Verlost door de gekruisigde, maar ook opgestane Heere. Want Hij overwon de dood. Voor mij is dit de reden dat ik mijn vertrouwen niet stel op mensen, maar op Jezus. Ik geloof verder dat Hij eens terug zal komen op aarde om een rijk van vrede en gerechtigheid op een gezuiverde aarde te vestigen.

Je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige. Ik hoop dat op een dag jij deze droom ook mag hebben en je bij ons voegt. Niet om een aanhanger te zijn van een religie, maar om Jezus Christus aan te hangen als de Verlosser van de wereld. Alleen Hij maakt dromen waar. 



 

zondag 27 september 2015

Broers en zussen - Gemeentedag 2015


Van wie in ben jij er één? Het is een vraag die in een dorp gesteld wordt aan kinderen. Wanneer de naam van opa of oma genoemd wordt, dan weet de vragensteller genoeg. Een enkele keer wordt er geen vraag gesteld, maar volgt de opmerking: Ik kan wel zien van wie jij er één bent.

Het is de vraag naar het voorgeslacht. Sommigen zijn er heel druk mee. Dan krijgt het ook een naam. Genealogie. Het onderzoek naar ouders, grootouders, overgrootouders en het liefst nog vele generaties verder.
Zelf ben ik er in het verleden druk mee geweest. De mannelijke lijn van vaders kant was reeds uitgezocht. Daar uit kwam dat er iemand getrouwd was met een zekere Du Croo. Dit triggerde me. Immers, dit was een Franse naam en zeer waarschijnlijk afkomstig van Hugenoten. Op grond hiervan heb ik de lijn van al mijn voorouders uitgezocht. Tenminste voor zover dit kon. Bij sommigen kwam ik niet verder dan de achttiende eeuw. Bij anderen bijna twee eeuwen verder. Maar uiteindelijk stopte elke lijn.

Tot zondag 20 september 2015. Plotseling kwam ik 3500 jaar verder in de geschiedenis. Ik moet zeggen dat er nog wel wat hiaten zijn, maar ik weet zeker, dat ik een voorvader ken die zo'n 4000 jaar geleden leefde.
Ik kwam er zondagavond achter onder de kerkdienst door het meelezen in de Bijbel tijdens de Schriftlezing. Galaten 3:29. "En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen."
Ik ben nageslacht van Abraham. U ook? Zeker wanneer u van Christus bent. Mag ik u dan mijn broer en zus noemen? Dan hebben wij vandaag dus een familiedag. Geweldig dat we dit vandaag mogen hebben en dat we elkaar op zondag en doordeweeks steeds opnieuw mogen ontmoeten. Het is de gunst die we krijgen van onze hemelse Vader. Hij geeft ons aan elkaar en kan dit doen door Zijn Zoon Jezus Christus.
Laten we Hem ervoor danken en bidden om een gezegende gemeentedag.

zaterdag 22 augustus 2015

Jezus - King of the Mountain



Preek gehouden aan de voet van de Galibier op 22 augustus 2015 ter gelegenheid van Fietsen voor een huis. Schriftlezing was Lukas 9 vers 28-36


Gemeente van onze Heere Jezus Christus

In het Bijbelgedeelte dat we gelezen hebben met elkaar, hoorden we dat de Heere Jezus een hoge berg op ging. In de vier Evangeliën, de Bijbelboeken waarin het aardse leven van de Heere Jezus is opgeschreven, komen we regelmatig tegen, dat de Heere Jezus de berg op gaat. Het is iets dat ook wij gedaan hebben. Gisteren zijn we fietsend of lopend een hoge berg op gegaan. We hebben de Galibier beklommen.

Wij hebben dit gedaan met een duidelijk doel voor ogen. Want het beklimmen van de Galibier door ons is verbonden met het bouwen van huizen in Bangladesh. We hebben afgezien en er is een beroep gedaan op ons doorzettingsvermogen, zodat het door ons ingezamelde geld tot verbetering van de situatie mag leiden in Bangladesh. Daarom knepen we niet in de remmen, maar bleven we doorfietsen. Daarom gingen we niet op een muurtje zitten, maar hebben we doorgelopen. Het dak van de Col du Galibier bereiken, zodat mensen in Bangladesh een dak boven hun hoofd krijgen.

Al de keren dat de Heere Jezus een berg beklom, had hij ook een doel voor ogen. In de meeste gevallen zocht Hij de stilte op. De stilte van een berg om in alle rust te spreken met Zijn hemelse Vader. Deze momenten, die de Heere Jezus opzocht, zouden we kunnen zien als een soort ravitaillering. Deze gebedstijden waren rust en verzorgingspunten voor de verdere weg die Hij moest afleggen.



Een schitterend voorbeeld van een ravitailleringspunt is de geschiedenis die bekend staat als de verheerlijking op de berg. Het is een geschiedenis waarin de Heere Jezus de berg opklom om te bidden. Vele keren deed de Heere Jezus dit alleen, maar deze keer neemt hij drie van Zijn discipelen mee. Dezelfde drie die er later ook bij zijn in de hof van Gethsémané. Petrus, Johannes en Jakobus.

Later in de hof van Gethsémané zijn deze drie discipelen erbij om Jezus te ondersteunen. Nu zal Jezus ook ondersteund worden, maar niet door Zijn discipelen. Zij zijn er eerder bij om zelf te worden ondersteund. Of beter. Ze worden voorbereid op dat wat komen gaat. Het is voor hen een soort fietsclinic. Wie nooit een serieuze berg beklommen of afgedaald heeft, weet niet wat dit is en dan is het goed om voorbereid te zijn op dat wat komen gaat. Wie niet weet wie Jezus is en waarvoor Hij op aarde gekomen is, zal niet gelijk Hem volgen en gehoorzamen.

Dat het een soort clinic is voor de drie discipelen hebben ze eerst niet doorgehad. Met de Heere Jezus beklimmen ze de berg en Jezus gaat bidden. Misschien zij eerst ook wel. Op een afstandje van Jezus. Maar precies zoals later in de hof van Gethsémané worden ze bevangen door slaap en vallen hun ogen dicht.


Maar dan verandert er wat en niet een klein beetje ook. De aanblik van het gezicht van Jezus verandert. Het is iets dat we bij een sporter ook kennen. Iemand kan de indruk geven heel ontspannen de Galibier op te rennen, maar dan ineens begint het gezicht steeds meer grimassen te trekken. De aanblik verandert. De vermoeidheid wordt zichtbaar. Al was het bij Jezus niet de vermoeidheid, waardoor de aanblik van Zijn gezicht veranderde.

Hoe Zijn gezicht veranderde, zegt Lukas niet. Letterlijk zegt hij niet meer, dan dat het anders werd. Maar wat Lukas verder over deze gebeurtenis laat horen, geeft ons wel een indruk. Zo wordt Zijn kleding blinkend wit. Helder als een lichtflits. Niet door een licht dat vanaf de buitenkant kwam. Het is van binnenuit.

De Heere Jezus staat er niet als een mens van vlees en bloed die de gele trui aangetrokken krijgt. Zijn uitstraling is hemels. Wat Petrus, Johannes en Jakobus te zien krijgen, nadat ze wakker geworden zijn, en wij te horen krijgen door het verslag van Lukas, is de goddelijke kant van de Heere Jezus. Het toont ons, dat Hij de hemelse Zoon van God is.

Op de berg wordt de heerlijkheid van de Heere Jezus zichtbaar. Hier mogen we ontdekken dat Jezus niet slechts de King of the Mountain is, maar dat Hij Koning is van het heelal. Dat aan Hem al de macht is in de hemel en op aarde. We zien Jezus in volle glorie en niemand is groter of machtiger of sterker dan Hij.



Wanneer de drie discipelen naar Jezus kijken, dan merken ze op, dat Hij niet alleen is. Twee mannen spreken met Hem; het waren Mozes en Elia. Zij zijn Oudtestamentische personen. Ze verschijnen aan de Heere Jezus en omdat Lukas beschrijft, dat ze in heerlijkheid verschenen, kan het niet anders dan dat zij uit de hemel zijn.

In het Oude Testament zijn beide grote figuren. Mozes was degene die het volk Israël uit het slavenhuis van Egypte mocht leiden en op de berg Sinaï van God de Tien Geboden kreeg. Mozes vertegenwoordigt dan ook de wet. Elia was één van de grootste profeten. Een profeet waarvan door de profeet Maleachi gezegd werd, dat hij terug zou komen voordat de dag van de Heere komt.

Zoals Mozes de wet vertegenwoordigt, vertegenwoordigt Elia de profeten. Bij de wet moeten we denken aan de eerste vijf Bijbelboeken. Het tweede gedeelte van het Oude Testament wordt profeten genoemd. In beide gedeelte komen we teksten tegen de gaan over de door God gezonden Messias en over de weg die Hij zal afleggen.

Het is ook dit onderwerp, dat zij met elkaar bespreken. Jezus die uit de hemel gekomen is om de Wet en de Profeten te vervullen, hoort hier wat er in de Schriften staat over Zijn lijden en sterven. Over Zijn heengaan, dat Hij zou volbrengen in Jeruzalem.


Want de Heere Jezus had een nog groter doel voor ogen. Niet alleen het beklimmen van een berg. Zijn doel is de opgang naar Jeruzalem. Daar zal Hij de heuvel Golgotha beklimmen. Hij zal daarbij een houten kruis dragen. Het kruis waaraan Hij zal worden vastgespijkerd. Aan dat kruis zal Hij de zonden van de wereld dragen. Zo zal Hij verzoening bewerken tussen de heilige God en zondige mensen.

Dit is iets dat u mogelijk weet en misschien ook wel gelooft. Petrus, Johannes en Jakobus hadden er niet het kleinste benul van. Wel herkennen ze op de één of andere manier Mozes en Elia. Wanneer die van de Heere Jezus scheiden om terug te keren naar de hemel, stelt Petrus voor om drie tenten te maken. Blijkbaar wil hij niet dat dit moment van hemelse heerlijkheid verdwijnt. Het is blijkbaar zo intens goed, dat Hij het wil vasthouden.

Dit is iets dat ons niet vreemd is. Goede momenten wil je koesteren en proberen zolang mogelijk vast te houden. Weet u nog hoe u zich voelde bovenop de Galibier. Het was afzien en steeds maar weer doorgaan. Misschien wel de pijn verbijten en de vermoeidheid op zij schuiven. Maar eenmaal boven is voor even alles vergeten. Een heerlijk moment. Een fantastisch gevoel, Dat wil je vasthouden en niet kwijtraken. Je zou in dit heerlijke gevoel wel blijven willen wonen. Niet de berg afdalen, maar een tent opzetten. Want stel je voor dat het niet lukt om het heerlijke gevoel vast te houden en mee naar huis te nemen.



Petrus wil dit dus ook. Hij wil het vasthouden en dit geweldige moment niet kwijtraken. Daarom stelt hij voor om op de berg drie tenten te maken. Voor Jezus één, voor Mozes één en voor Elia één. Dit alles met als doel, dat hij nog langer kan verblijven in deze hemelse heerlijkheid. Een situatie die dus ontstaan is door de gedaante verandering van Jezus en de verschijning van Mozes en Elia.

Lukas zegt, dat Petrus niet wist wat hij zei. Dat is inderdaad zo. Wat Petrus meemaakte was zo overweldigend en toonde zo overduidelijk wie Jezus was, dat zijn verstand er niet bij kon. De gebeurtenis was te groot om te begrijpen. Daarbij had Petrus niet door dat hij pas eeuwig van deze hemelse heerlijkheid zou kunnen genieten, wanneer de Heere Jezus eerst de weg van de vernedering zou gaan.

Daarom was het voor de Heere Jezus ook geen topervaring, maar zoals gezegd eerder een ravitailleringspunt. Jezus was namelijk bezig met een afdaling. Vanuit de hemel is Hij, die gelijk aan God was, afgedaald naar de aarde en is Hij mens geworden. Hij zal zich nog meer vernederen door de gestalte van een slaaf aan te nemen. Hij zal afdalen tot in de dood. Feitelijk is dit dieptepunt het hoogtepunt van Zijn aardse leven. Hij legde Zijn leven af, opdat wie in Hem gelooft tot grote hoogte zal kunnen stijgen. Tot in de hemel.


Je zou kunnen zeggen dat Jezus zich heeft ingezet om er voor te zorgen dat wij en alleen die in Hem geloven een dak boven het hoofd krijgen. Of beter gezegd, dat wij onderdak krijgen bij de Zijn hemelse Vader die in Jezus Christus ook onze Vader wil zijn. Een plaats in het vaderhuis.

En daar wordt je stil van. Want wat heeft Jezus er niet voor over gehad om dit te bereiken. Hij heeft meer dan afgezien en is doorgegaan waar de weg onbegaanbaar leek. Maar Jezus ging de weg naar Jeruzalem. De lijdensweg. Hij droeg aan het kruis de straf voor onze zonden. Hij heeft het volbracht.

Dat Jezus het volbracht heeft, mag ons een euforisch gevoel geven. Nog een veel beter gevoel dan het beklimmen van de Galibier. Mogelijk zal de dag van gisteren heel ons leven in ons geheugen gegrift staan. Maar ik hoop en bid dat de weg die Jezus aflegde voor eeuwig in je hart geschreven mag staan. Dankbaar voor wat Jezus voor jou deed.

Misschien mag ik het vergelijken met de Bengalen, die door ‘Fietsen voor een huis’ de mogelijkheid hebben om een betaalbare huizenlening aan te gaan. Hierdoor kunnen ze het grootste deel van de bouw financieren. Wie er geweest is, zal dankbaarheid ervaren hebben. Want hierdoor krijgen de armen in Bangladesh de mogelijkheid een dak boven het hoofd hebben. Iets dat niet alleen de leefomstandigheden verbetert, maar ook de gezondheid, economische ontwikkeling en veiligheid. Daarbij geeft het een gevoel van eigen waarde.



Zo is het in geestelijke zin ook voor u en voor jou. Het heilswerk van Jezus geeft de mogelijkheid om eeuwig onderdak te vinden in Gods Koninkrijk. Dit is veel meer dan alleen een dak boven het hoofd. Want leven met Jezus verbetert de geestelijke gezondheid enorm. Het maakt dat het ons aan niets ontbreekt voor wat nodig is op onze weg naar het Koninkrijk van God. Daarbij mogen we weten, dat de Heere ons iedere dag van ons leven zal beschermen en bewaren en dat wij in Zijn ogen waardevol zijn.

Het heeft de Heere Jezus alles gekost om dit te bewerken. Wij krijgen dit eeuwige heil gratis. Uit genade. Wel vraagt Hij van ons om voortaan met Hem en naar Zijn wil te leven. Dit is ook van Petrus, Johannes en Jakobus op de berg te horen krijgen. Een wolk overschaduwde hen en ook Jezus en Mozes en Elia. En dan klinkt er een stem. De stem van God de Vader. De stem die zegt: Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!

Willen wij aan deze stem gehoor geven? Hieraan gehoorzamen zal door Jezus Christus er voor zorgen, dat wij de berg des Heeren mogen beklimmen en voor eeuwig en altijd bij de Heere mogen zijn. Maar alleen achter de Heere Jezus aan. Zonder Hem is het onmogelijk om Gods Koninkrijk binnen te gaan en eeuwig leven. Zie op Jezus alleen en luister naar Zijn stem. 
Amen

ds. Jan Holtslag